waar yoga werkelijk over gaat…en dat is niet ontspanning voor jezelf

In Nederland doen zo’n 1,6 miljoen mensen regelmatig aan yoga, met name vrouwen. Wereldwijd doen naar schatting zo’n 300 miljoen mensen aan yoga. Dan gaat het met name om varianten van hatha yoga, gericht op lichaamsbewegingen en ademhalingsoefeningen. Dat zijn grote aantallen, maar in onze jachtige en geïndividualiseerde samenleving mag dat geen verbazing wekken. De meeste mensen doen immers aan yoga om te ontspannen en hun stress te verminderen. Yoga houdt je bovendien fysiek in conditie. Over het algemeen zijn het ook mensen met een bewust gezonde levensstijl. Zo zijn yogi’s vaker vegetariër of veganist en kopen ze vaker biologisch voedsel. Wetenschappelijk onderzoek laat bovendien voordelen van yoga zien. Maar toch knaagt er iets. Sinds corona is yoga vaak negatief in het nieuws als een kweekvijver voor ‘gevaarlijk wellness rechts’ en ‘yoga wappies’ die hun toevlucht zouden zoeken in extreme ideeën en complottheorieën. Bovendien komt hatha-yoga in de oude Indiase yoga filosofie nauwelijks voor en werd het slechts sporadisch ingezet. Dat roept vragen op: wat is dan die oorspronkelijke essentie van yoga? En waarom hoort hatha yoga daar dan niet bij? Is die eenzijdige focus op hatha yoga dan wel zo wijs? En kunnen we iets leren van die oude Indiase yoga-filosofie? In dit artikel hoop ik wat inspiratie te bieden aan mensen die in yoga zoeken naar innerlijke rust en ontspanning.

Wat is yoga?

In de Westerse wereld wordt yoga veelal gezien als een soort gymnastiek met ademhalingsoefeningen. Dit is echter slechts een bepaalde vorm van yoga, Hatha-Yoga genaamd. Er zijn echter ook andere vormen van yoga die niks met gymnastiek of ademhaling van doen hebben. In de Bhagavad-Gîtâ, samen met De Yoga Aforismen van Patanjali een van de belangrijkste bronnen van de oude yogafilosofie, worden verschillende vormen van yoga beschreven. Letterlijk betekent yoga in het Sanskriet ‘juk’. Overdrachtelijk duidt het op discipline. Een juk zorgt er immers ook voor dat twee ossen als een eenheid opereren. Daardoor heeft yoga een tweede betekenis gekregen: eenwording. Yoga wil dan ook zeggen: door discipline eenheid met je innerlijke god (anders gezegd: de hogere, meer edele aspecten van je bewustzijn of je hogere Zelf) bewerkstelligen. 

In het oude India was de Yoga-school een van de zes filosofische scholen of Darsana’s. De school zou gesticht zijn door de wijze Patanjali. Alleen met behulp van de instructies van een leraar of guru kon de leerling aan yoga doen. De guru bepaalde de methode die voor de leerling geschikt is. Dat geeft al aan dat niet te lichtzinnig over het inzetten van yoga als methode werd gedacht.

Verschillende yoga-vormen in de Bhagavad-Gîtâ

De Bhagavad-Gîtâ beschrijft diverse vormen van yoga. Typisch genoeg komt Hatha-Yoga daar niet in voor. In het oude India werden de yoga-paden gekoppeld aan het bewustzijnstype van de beoefenaar. Omdat in India vier hoofdtypen van bewustzijn werden onderscheiden, waren er in ieder geval vier yoga-disciplines. Bij elke discipline moest de yogi, door oefening die bij zijn bewustzijnsstadium past, eenheid bewerkstelligen. 

  • De eenvoudigste vorm van yoga is Karma-Yoga, het bereiken van van eenheid door handeling. Dat houdt in dat je een handeling alleen maar om de handeling zelf moet verrichten, en niet vanwege de beloning of het resultaat. Doe dingen omdat ze jouw persoonlijke of maatschappelijke plicht zijn en niet vanwege een beloning of vergoeding. Het gaat dus om een onzelfzuchtig doel. Denk aan een vader of moeder die onbaatzuchtig zijn plicht doet naar zijn of haar kinderen of zieke ouders, zonder er iets voor terug te verlangen.
  • Bhakti-Yoga is yoga door toewijding. Hoewel in het huidige India die toewijding veelal gezocht wordt in buiten de mens staande goden, is de boodschap van de Bhagavad-Gîtâ juist dat je je innerlijke god (voorgesteld als Krishna) en het spirituele ideaal in jezelf toegewijd moet zijn. Het gaat dus om onbaatzuchtige toewijding aan de samenleving, en erkenning van het heilige of goddelijke in alles en iedereen. In andere woorden: om respectvol omgaan met mens, dier en milieu, ervan uitgaande dat alles een uitdrukking is (hoe imperfect ook) van een universele eenheid. Je hebt dus geen godsbeeldje of iets dergelijks nodig om je toewijding op te richten. Nee, de toewijding komt vanuit jezelf, in alles wat je doet, en richt zich op alles en iedereen. Je draagt naar vermogen bij aan de wereld om je heen: niet ‘ik’ maar ‘wij’ staat daarbij centraal.
  • De beoefening van Râja-Yoga leidt tot volledige beheersing over alle vermogens, met als doel die voor de mensheid in te zetten. Râja-Yoga gaat om beheersing van je denken, door het bewust waarnemen van, en reflecteren op je gedachten, en deze indien nodig bijsturen: ben je vooral gericht op persoonlijke, uiterlijke zaken, zoals op jezelf gerichte begeerten (geld, bezit, prestige, erkenning, competitie, etc.) of ben je gericht op bovenpersoonlijke gedachten, op het beter maken van het geheel, zonder je al te druk te maken om je eigen persoon? Dit – wederom – vanuit de gedachte dat alles, hoe imperfect ook, uitdrukking geeft aan een universele eenheid waar we allemaal deel van uitmaken. Ook hier staat dus niet het ‘ik’ maar het ‘wij’ centraal. Dit in tegenstelling tot wat tegenwoordig soms voor Râja-Yoga doorgaat, waarbij eerder een spirituele zelfzucht en het op jezelf terugtrekken uit de onrust en de ellende van de wereld centraal staat, in plaats van het helpen verbeteren van die imperfecte wereld met je opgedane inzichten en wijsheid.
  • Tenslotte beoogt Jñâna-Yoga eenheid te bewerkstelligen door het overal toepassen van wijsheid. Dit is de hoogste vorm van yoga, gericht op diepgaande studie en meditatie, op inzicht, mededogen en universele eenheid. Deze vorm van yoga was in het oude India alleen voorbehouden aan gevorderden op het pad van wijsheid, de zogenaamde Brâhmanas, mensen met de hoogste bewustzijnskwaliteit. Overigens is dit oorspronkelijke filosofische idee van door eigen inspanning ontwikkelde bewustzijnskwaliteit (en daarop gebaseerde bewustzijnstypen) in latere eeuwen via het kastenstelsel gedegenereerd tot overerfbaar typen, of beter gezegd: stigma’s. Oorspronkelijk was iemand een Kshatriya (of een van de andere bewustzijnstypen, zoals hieronder weergegeven) op grond van zijn eigen karakter, van wat hij in de praktijk van het leven liet zien, en dat stond helemaal los van de vraag wie of wat zijn ouders waren.
Hiërarchie van Hindustan
Bewustzijnstypemethode van bewustzijns-ontwikkelingPlichten
Brâhmana (Wijze, priester, filosoof)Jnana Yoga (beoefenen van wijsheid)kalmte, zelfbeheersing, soberheid, reinheid, geduld, oprechtheid, wijsheid, kennis, geestelijk onderscheidingsvermogen
Kshatriya (krijgsman, ambtenaar, bestuurder)Raja Yoga (beheersing van het denken)moed, roem, kracht, standvastigheid, niet vluchten uit de strijd, mildheid en leiderschap
Vaisya (koopman, boer)Bhakti Yoga (toewijding, dienstbaarheid)landbouw, veeteelt en handel
Sûdra  (handarbeider)Karma Yoga (verrichten van handelingen)dienstbaarheid

Deze vier yoga-vormen kennen een toenemende discipline. De Brâhmana – het hoogste bewijstzijnstype – moet dan ook niet alleen Jñâna-Yoga beoefenen, maar impliciet wordt ervan uitgegaan dat hij ook de andere vormen van yoga al beheerst. Wanneer je al deze vier vormen van yoga bij elkaar voegt, ontstaat de hoogste vorm van yoga. 

De yoga-oefeningen werden in de oude yoga-scholen vooral in de praktijk van het dagelijkse leven uitgeoefend. De discipline reikt dan ook tot de maatschappelijke en sociale plichten die bij het bewustzijnstype horen: een yogi ben je 24 uur per dag. Yoga in India was dus ook niet slechts een oefening die persoonlijke gemoedsrust schonk, maar strekte zich uit tot het gehele maatschappelijke veld. Als alle bewustzijnstypen hun yoga-discipline, met de daarbij behorende plichten zouden vervullen, had je een ideale samenleving. 

Is het yoga-denken typisch Oosters? 

Dat laatste roept de vraag op of yoga eigenlijk wel een typisch Oosters denken is. In zijn Politeia deelt Plato de bevolking immers ook in in bewustzijnstypen, en zijn weg van het inzicht lijkt verdacht veel op 

Jñâna-Yoga. Ook Plato gaat uit van een juiste geesteshouding als basis voor een rechtvaardige samenleving: waar in een rechtvaardige samenleving de wijste moet regeren, zo moet je in je eigen bewustzijn ook je wijste inzichten leidend laten zijn boven je meer op je eigen persoonlijkheid gerichte begeerten. Zowel bij Plato als bij de klassieke yoga school staat een universele eenheid centraal, waar alle wezens steeds meer uitdrukking aan geven. Door inzicht kun je groeien en steeds meer van die eenheid en harmonie in jezelf tot uitdrukking brengen: niet ter meerdere eer en glorie van jezelf of met als doel persoonlijke groei, nee, om met je nieuwe wijsheid en inzichten de samenleving verder te helpen. En juist dat laatste aspect is tegenwoordig op de achtergrond geraakt.

Râya-Yoga

Van de vier hoofdtypen van bewustzijn, sluit de Râja-Yoga het beste aan op op onze hedendaagse  samenleving, waarin het zelfstandige denken centraal staat. Hoewel onder de naam Râja-Yoga tegenwoordig nogal eens een variant op Hatha-Yoga in de markt wordt gezet, gaat Râja-Yoga in zijn oorspronkelijke kern hierom: de beoefenaar van deze vorm van yoga probeert door middel van het beheersen van zijn denken de eenheid met zijn innerlijke goddelijkheid – Atman – te bereiken. Anders gezegd: hij probeert de hogere denkaspecten (zijn bovenpersoonlijke idealen, zijn inzicht en intuïtie, zijn mededogen met alles wat leeft) leidend te laten zijn over zijn meer ik-gerichte en uiterlijke denkaspecten (persoonlijke begeerten, vitaliteit, etc.). Meditatie in dit licht is dan ook niet je richten op een kaars of een ander ‘eenpuntig’ iets buiten jezelf, maar op een innerlijk, bovenpersoonlijk ideaal, zoals mededogen voor alles wat leeft, en daar vervolgens concreet invulling aan proberen te geven in de praktijk: heel praktisch dus. Daar zijn geen rituelen of fysieke oefeningen voor nodig. Spiritualiteit is in dit licht dus geen zweverig en abstract concept, maar in de kern dus heel praktisch – volgens jouw beste vermogens invulling geven aan het begrip universele eenheid in de praktijk van het leven.

Alleen door door het oproepen van je edelste gedachten kun je resoneren met vergelijkbare edele sferen in de totale eenheid, deze sferen ervaren en de inspiratie ervan opvangen. Dat heeft dus alles te maken met liefde voor alles wat leeft, en het heeft dus niks te maken met het onderwerpen van je lichaam aan een strenge discipline of welke ascetische regels dan ook. De karakteristieken van de mens die Râja-Yoga beoefent (zie schema), moeten in dit licht worden bezien. De moed die hij nodig heeft, betreft het voorbij durven zien aan zijn eigen belang. De roem die hij vergaart, komt voort uit zijn bovenpersoonlijke instelling. Wijsheid is hiervan het gevolg. Ook moet hij standvastig zijn in het benaderen van de wereld van buiten vanuit een universele visie. De mildheid houdt in dat hij altijd problemen op een milde manier oplost, en compassie toont voor de imperfecties van zijn medemensen (vanuit de kerngedachte dat we allen imperfecte, maar lerende, groeiende wezens zijn die steeds meer uitdrukking kunnen geven aan de universele eenheid). 

Kenmerkend voor Râja-Yoga is dat je leeft om anderen te helpen en te inspireren. Het gevolg daarvan is een verruiming van bewustzijn. Want als je je verdiept in het oplossen van de issues van mensen om je heen of de samenleving als geheel, stimuleer je tevens je eigen ontwikkeling. Zo moeten we ook de werkelijke betekenis zien van de beroemde Latijnse spreuk ‘mens sana in corpore sano’ – een gezonde geest in een gezond lichaam. Het idee daarachter is dat het geestelijke in jezelf leidend laten zijn, een weerslag heeft op je lichaam. Het lichaam resoneert dan op de meer harmonische trillingen van je bewustzijn, met fysieke gezondheid tot gevolg, en niet andersom, wat simpelweg onlogisch en onmogelijk is. 

Hatha-Yoga

Hatha-Yoga is niet slechts een soort gymnastiek, waarmee je je lichaam fit en gezond kunt houden. Dat er iets meer aan de hand is, blijkt wel uit de letterlijke vertaling van het Sanskriet-woord hatha. Dit woord komt van de Sanskriet-wortel hath, dat onderdrukken betekent. Hatha betekent daarom zoiets als ‘geweld’ of ‘kracht’. Door het beoefenen van deze vorm van yoga probeer je dus via een gewelddadige weg eenheid te bereiken. Dat is ook de reden dat deze methode in de oude yoga-scholen alleen bij uitzondering werd gebruikt en alleen onder strikte begeleiding van een ware Râya-Yoga guru (leraar), bijvoorbeeld bij psychische of lichamelijke problemen die de voortgang van spirituele vermogens van de yogi belemmerden. In zulke gevallen werd altijd een op maat gemaakt recept voor de leerling voorgeschreven gedurende een beperkte tijd. Daarbij was er nooit sprake van van enige vorm van betaling of geld verdienen, simpelweg omdat de ingrepen onderdeel waren van het doorgeven van een universele wijsheid die van en voor alle mensen is. Naarmate het gezag van deze Râja-yogi’s minder erkend werd, werden de uitgelekte Hâtha-yoga oefeningen steeds vaker als algemeen middel gebruikt, tot het huidige massale beoefenen in de wereld.

Hâtha-Yoga is een systeem dat fysieke en psychische energieën beïnvloedt. De middelen daarvoor zijn bepaalde lichaamshoudingen (Âsana’s) en ademhalingsoefeningen (Prânâyâma). De oorspronkelijke bedoeling van Âsana – rustig zitten – is dat het lichaam niet of nauwelijks een verstorende invloed uitoefent op het bewustzijn, zodat dat zich kan richten op zijn hogere aspecten. Het gaat dus om een ontspannen houding. Die kan voor iedereen anders zijn. Hâtha-Yoga kan dus leiden tot een snelle ontspanning in ons hectische Westerse bestaan, maar het kan onmogelijk tot bewustzijnsgroei leiden. Sterker nog, als je yoga met een verkeerd, zelfzuchtig motief doet, kan het juist averechtse effecten hebben. Dan resoneer je immers geconcentreerd op verkeerde sferen en trek je die sferen aan. Vandaar dat de juiste geesteshouding bij de oude yoga-school, maar ook bij Plato, zo centraal staat – jezelf ten dienste stellen van de eenheid en de harmonie: van een betere samenleving of van je medemens, zo je wil. 

Van ik naar wij via Yoga

De kern van yoga, zo hebben we gezien, gaat niet over ontspanning voor jezelf, maar om het ten dienste stellen van je persoonlijkheid voor het grotere geheel: niet ‘ik’ maar ‘wij’ dus. Maar juist dit aspect van yoga is in de hedendaagse beoefening op de achtergrond geraakt. Het draait vooral om de ‘ik’. Misschien is dat wel de reden dat een deel van de yoga-gemeenschap is afgehaakt op de samenleving. Zonder de eenheidsgedachte achter de yoga-filosofie kan beoefening juist tot een besef van afgescheidenheid leiden. Dan projecteer je je frustratie op de samenleving of de overheid en keer je je daarvan af, en trek je je terug in je eigen sfeer van ‘vrijheid en liefde’. Terwijl het focussen op eenheid juist tot het besef leidt dat alle wezens, inclusief jezelf, op een imperfecte maar lerende manier uitdrukking geven aan die eenheid. Dan ben je niet boos op de samenleving of de overheid, maar probeer je je medemensen als medepelgrims op het pad te helpen om het beter te doen. Simpelweg omdat je zelf ook onderdeel bent van die eenheid. Dat is de werkelijke Liefde, met een hoofdletter, de Eros van Plato.

Hâtha-yoga gaat om ontspanningsoefeningen, maar niet om bewustzijnsgroei. De oorzaak voor onrust en stress komt vrijwel altijd voort uit een persoonlijke gerichtheid, zoals de oude yoga-school leerde. Uiteraard is het prima dat iedereen op zijn manier ontspanning zoekt na een hectische dag. Maar om structurele ontspanning en bewustzijnsgroei te creëren, is het nodig om je persoonlijkheid ten dienste van het geheel te stellen: naar je hoogste vermogen invulling te geven aan de eenheid. Dat is de kern van de oorspronkelijke yoga. Ook op dit pad zullen we nog best wel eens struikelen en teleurstellingen moeten verwerken, maar het besef onderdeel te zijn van een groter geheel en daaraan een bijdrage te leveren, doet elke misstap vergeten en geeft steeds weer inspiratie om door te gaan. Dit pad van yoga is niet zweverig en is voor iedereen begaanbaar, 24 uur per dag, met vallen en opstaan. Wat let je…

Peter Schmeitz

Plaats een reactie