Het koningschap in Nederland, maar ook in de omringende koninkrijken, worstelt de laatste jaren steeds meer met zijn legitimiteit. Nog steeds is een meerderheid van de Nederlandse bevolking voor de monarchie, maar in de samenleving leven er veel vragen rond de toegevoegde waarde van het koningschap, de rol van de koning in het staatsbestel (alleen ceremonieel?), de kosten, en vooral de vraag of erfopvolging van het staatshoofd nog wel van deze tijd is. Hoewel hier fundamentele vragen onder liggen, lijkt de discussie vooral vanuit emotie of vanuit een kille staatsrechtelijke blik te worden gevoerd, met weinig ruimte voor iets anders. Daarom kan het helpen om ook eens vanuit een diepere filosofische blik te kijken naar onze constitutionele monarchie. Dat doe ik door terug te gaan naar de oorspronkelijke betekenis van het koningschap, te kijken naar het huidige koningschap in Nederland en dat te leggen tegen de lat van het principe ‘de wijste regeert’. Met name Plato heeft hier zo’n zo’n 2500 jaar geleden uitgebreid over geschreven. Want is dat niet nog steeds de centrale uitdaging voor iedere samenleving: het creëren van een rechtvaardige samenleving met wijs leiderschap?
De oorspronkelijke betekenis van koningschap: de wijste regeert
De titel ‘koning’ gaat terug tot de nacht der tijden. Oude geschiedschrijving, mythen en legenden uit alle culturen vertellen over goede en slechte koningen. De slechte koning was dan vaak een wrede dictator die gedreven werd door macht en eigenbelang. De goede koning, die in de verhalen soms de slechte verslaat, was daarentegen de wijste van een volk. Daarom mocht hij over het rijk regeren. Die wijsheid had hij verkregen door zelfdiscipline, levenservaring en inwijding door andere wijzen. Daarom had zo’n koning vaak een bijna goddelijke status. Zijn wijsheid en inzicht werd dan herkend en erkend als het levende voorbeeld waar de staat en het volk zich naar richtten. Het land vond zijn koning in een leider die zijn innerlijke koninklijke waardigheid ook in een uiterlijk koninklijk bestuur vormgaf.
Het filosofische idee achter deze verhalen is dat er een universele eenheid van zijn is (God, Tao, Allah, het Goede, Atman, het Ene, etc.), waar wij allemaal onderdeel van uitmaken en -hoe imperfect ook- al lerende steeds beter uitdrukking aan kunnen geven. Dan past het als de wijste in de samenleving (degene die die eenheid het beste tot uitdrukking kan brengen) regeert en het volk kan inspireren om naar vermogen ook zelf bij te dragen aan die eenheid. Dit idee zie je niet alleen bij Westerse denkers als Plato terug, maar ook in het oude Egypte en veel Oosterse denktradities. Denk aan de filosofische leringen achter het Mahayana boeddhisme, de Bhagavad Gita en het Taoïsme.
Zo werd over de farao’s opvallend vaak vermeld dat ze koning waren van Boven- en Beneden-Egypte. Deze uitdrukking was dan ook niet alleen geografisch bedoeld, maar ook symbolisch: de farao was leider over de innerlijke én uiterlijke wereld. Plato heeft in Syracuse, op Sicilië, twee vergeefse pogingen gedaan om zijn idee van een staatsvorm op basis van het principe ‘de wijste regeert’ in de praktijk vorm te geven. Ook sommige Romeinse keizers, zoals Marcus Aurelius, volgden de ethische idealen van een filosofische school (nl. de stoïcijnse) met dit idee in het achterhoofd. Tot voor kort zag je deze denkwijze nog terug bij het Tibetaanse bestuur in ballingschap, waarbij de Dalai Lama en de Pänchen (of: Tashi) Lama hun gezag ontlenen aan hun goddelijke wijsheid, die ze reïncarnatie na reïncarnatie hebben ontwikkeld. Daar kwam echter een einde aan toen de 11e Panchen Lama, vlak na de (h)erkenning door de Dalai Lama, in 1995 door de Chinese autoriteiten werd ontvoerd en verdween. De geschiedenis leert dat besturen vanuit het principe ‘de wijste regeert’ heel lastig is omdat het niet alleen hoogstaande ethische principes van de leider vraagt, maar ook van het volk zelf. Daarom zie je dergelijke staatsvormen telkens degenereren, zoals niet alleen Plato, maar ook het oude Egypte ons tonen.
De monarchie in Nederland
De Nederlandse staat is geboren uit een opstand tegen het Spaans-Habsburgse gezag van Koning Philips II onder leiding van Willem van Oranje, een klassieke strijd tegen een wrede koning dus. In 1851 verlieten de opstandige gewesten de Spaanse koning met het Plakkaat van Verlatinghe. Na enkele mislukte pogingen een nieuwe landsheer te vinden werden de opstandige gewesten na 1588 een republiek, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij de Unie van Utrecht als grondwet werd gebruikt. De macht lag in de republiek bij de Staten-Generaal van de Nederlanden. Hoewel Italië al de nodige stadsrepublieken kende, was deze staatsvorm voor een gebied van deze omvang in het Europa van die tijd uniek. De opeenvolgende stadhouders uit de Huizen van Oranje en Nassau-Dietz hadden onvoldoende macht om koning te worden. Zij waren de ‘dienaar van de Staten’. In 1750 werd Willem IV van Oranje-Nassau, zeer tegen de zin van de regenten en de Staten van Holland, tot erfstadhouder uitgeroepen. Toch konden hij en zijn zoon en opvolger Willem V van Oranje-Nassau niet als koning optreden. De republikeinse traditie was daarvoor te sterk in ons jonge land. Toen de Franse legers in 1795 ons land bezetten, vluchtte Willem V naar Engeland.
Tijdens de Franse bezetting wordt Nederland tussen 1806-1810 voor het eerst een Koninkrijk, onder leiding van de jongere broer van Napoleon. Maar omdat hij in de ogen van zijn grote broer de Nederlandse belangen iets te goed behartigde, werd hij afgezet en Nederland werd ingelijfd bij het Franse keizerrijk. In 1813 kwam Willem-Frederik, een zoon van Willem V, op verzoek van het voorlopige bewind, en met steun van de Britten, naar Den Haag. Daar aanvaardde hij de titel ‘soeverein vorst’. De Britten en de Pruisen wensten een sterke monarchie ten Noorden van Frankrijk, waardoor de ruimte ontstond om in de grondwet van 1815 het erfelijk koningschap vast te leggen. Hoewel republikeinse tendensen nooit helemaal weg zijn geweest en de Zuidelijke Nederlanden zich enkele jaren later afscheidden, is het koningschap sindsdien niet meer wezenlijk in gevaar geweest. Wel is de macht van de koning vanaf het revolutiejaar 1848 steeds verder ingeperkt. De regering en het parlement namen het landsbestuur geleidelijk aan helemaal over, en de ministers werden verantwoordelijk voor de onschendbare koning. Pas recent verloor de koning zijn laatste restje invloed op het openbaar bestuur doordat zijn rol bij de kabinetsformatie werd beëindigd.[1]
Onze huidige koning Willem-Alexander heeft zijn erfelijke positie en zijn legitimiteit dus te danken aan het feit dat hij een verre nakomeling is van Willem van Oranje, degene die als opstandelingenleider aan de wieg stond van de geboorte van ons land. Hij heeft in de praktijk geen bestuurlijke macht meer. Hoewel hij formele taken heeft als het ondertekenen van de wetten, het bekrachtigen van verdragen en het benoemen van ministers is zijn rol vooral ceremonieel en symbolisch. Het ambt dat hij bekleed, als staatshoofd van ons koninkrijk, symboliseert vooral de eenheid van ons land. Zijn rol is dan ook om boven de partijen te staan, mensen en groepen te verbinden en mensen en organisaties te steunen die een samenbindende rol in onze samenleving hebben. Daarmee draagt hij bij aan de stabiliteit in de samenleving en aan de continuïteit en de vooruitgang van het land: een niet te benijden en onderschatten opdracht in een land dat worstelt met polarisatie en populisme en waarin het vertrouwen in de overheid na corona en enkele schandalen nog steeds relatief laag is.[2]
Wat is wijsheid?
Wijsheid speelt een belangrijke rol in veel religieuze en filosofische stelsels. Wikipedia zegt het als volgt: ‘Wijsheid of levenswijsheid is de kunst om in alle levensomstandigheden juist te oordelen en te handelen.[3] Wijsheid gaat daarom over inzicht over wat juist is. Zowel bij Plato als bij het Taoïsme en het Boeddhisme stoelt het begrip wijsheid op de eerder genoemde essentiële eenheid die ten grondslag ligt aan alle levensuitingen: een eenheid waar wij, als imperfecte lerende wezens, steeds beter uitdrukking aan kunnen geven. Wijsheid gaat dus om inzicht ontwikkelen in de samenhang der dingen, oftewel het doorzien hoe die eenheid doorwerkt achter de dagelijkse, uiterlijke wereld. In die visie gaan wijsheid en inzicht dus altijd samen met ethiek, omdat het doorzien van die eenheid ook handelen vraagt vanuit die eenheid. Wijsheid is daarom universeel en beperkt zich niet tot deelbelangen, die juist uitgaan van afgescheidenheid. Zie hier de worstelingen in onze hedendaagse Westerse democratieën met polarisatie en populisme.
Het vraagt dus onderscheidingsvermogen om wijs te kunnen handelen, maar het goede nieuws is: dat is trainbaar. Vandaar dat iedereen wijsheid kan ontwikkelen. Wat Plato, Lao Tse en de Boeddhisten gemeen hebben is dat ze allen het groeien in bewustzijn (via het ontwikkelen van inzicht en deugden) en de vrije wil daarbij centraal stellen bij het creëren van wijsheid. In het Boeddhisme speelt het ontwikkelen van wijsheid een centrale rol. De Boeddha zelf heeft daarvoor het inspirerende voorbeeld gegeven en heeft de vier verheven waarheden, het achtvoudige pad en de paramitas nagelaten als leidraad om wijsheid te ontwikkelen. Ook bij Lao Tse staat wijsheid centraal, met zijn Tao (het pad) en Te (de deugd), zij het dat het Taoïsme een tikkeltje mystieker verwoord is dan het Boeddhisme. Lao Tse daagt je met zijn paradoxen vooral uit om inzichtelijk na te denken en daarmee je wijsheid te trainen. Dichterbij, in onze Westerse denkwereld, heeft Plato uitgebreid geschreven over wijsheid. Wijsheid ontwikkelen vraagt, naast het ontwikkelen van inzicht, in zijn ogen om vier zogenaamde kardinale deugden: moed, roem, standvastigheid en rechtvaardigheid. In zijn ideale samenleving regeert de wijste.
Kenmerken van wijs leiderschap
De wijze leider leeft dus voor het geheel, en staat daarom boven de partijen. Voor hem is iedereen gelijkwaardig (zie hier artikel 1 van onze Grondwet). Hij plaatst zichzelf op de achtergrond, zoals Lao Tse zegt. Want juist daardoor kan hij de mensen inspireren en worden ze uitgedaagd in hun rol zelfstandig de verantwoordelijkheid op zich te nemen en met hun vrije wil keuzes (en dus ook fouten) te maken en te groeien. Zijn invloed doet zich dan ook niet gelden door bevelen, maar door adviezen. Mensen groeien immers niet in wijsheid als ze schaapachtig bevelen opvolgen. Dan sus je hun vrije wil en valt hun ethisch kompas in slaap. Daarom kiest hij ook niet te snel voor gedetailleerde regels, maar eerder voor het overdragen van begrip door middel van dialoog, common sense en het bouwen van vertrouwen. De wijze leider is ook rechtvaardig (want dienstbaar aan de hele gemeenschap). Hij is moedig (want staat voor zijn ethische principes) en heeft grote zelfbeheersing (want mensen zijn, net als hijzelf, imperfecte lerende wezens). Hij hecht niet aan bezit, macht of aanzien (want die stimuleren zijn persoonlijkheid, en niet de eenheid). Hij leeft vanuit het ware koningschap in zichzelf. De wijze leider respecteert zijn medemensen en luistert naar hun kennis en wijsheid (want hij kan altijd leren van de wijsheid van anderen, die (deels) wellicht groter is dan die van hemzelf). Hij zorgt voor een positief klimaat waar iedereen zich optimaal kan ontwikkelen, waarbij hij rekening houdt met de karakteristieken van een volk. Hij begeleidt zijn mensen in het leider zijn (want iedereen is leider en leerling op zijn eigen niveau). De wijze leider heeft een natuurlijk gezag en kan zijn beleid goed uitleggen (want door zijn wijsheid brengt hij ogenschijnlijk complexe zaken altijd terug tot hun kern). Hij weet wat er leeft, begrijpt de mensen. En hij is edelmoedig: hij zal nooit een vijand of een misdadiger vernederen en zal nooit wraak nemen uit naam van gerechtigheid (want ook de vijand en de misdadiger maken onderdeel uit van de eenheid en zijn lerend, hoe imperfect ook).
Hoe kies je als volk dan de wijste leider?
Plato, de oude Wijze, heeft als geen andere filosoof het idee van ‘kiezen voor de beste’ — of de wijste, uitgewerkt. Plato was wel de laatste die belang hechtte aan persoonlijkheden, aan mensen die het goed zouden doen in de media, types waar we vandaag de dag vooral naar kijken. De ideale staatsvorm was voor hem de geestelijke aristocratie, waar de wijste regeert. Daarbij gaat het hem om universele wijsheid, dus geen wijsheid die zich beperkt tot de belangen van één land, één volk of één groep. De wijste regeert daarbij als een koning-filosoof, die zijn positie dankt aan het feit dat anderen hem als de wijste herkennen en erkennen — zonder dat daar stembiljetten aan te pas komen. Een verkiezing is in dat licht hoogstens de formalisering van de keuze, als sluitstuk van het maatschappelijke proces van herkenning en erkenning. Zo’n proces vraagt dus ook een zekere mate van wijsheid bij het volk. Een volk dat geen wijsheid herkent en erkent zal geen wijze leiders voortbrengen, maar leiders met een andere karakteristiek die resoneert met die van het volk. Vandaar de uitdrukking: ieder volk de leiders die het verdient.
Een cruciaal kenmerk van de wijze is dat hij helemaal geen hoge functie ambieert. Eigenlijk moet hij gedwongen worden het land te regeren, omdat hij diep beseft dat hij nog maar een klein deel van de universele waarheid kent en daarom niet de wijste is. Hij kent immers zijn beperkingen in het licht van de universele eenheid. Hij is dan ook bescheiden en zal altijd graag bereid zijn zijn plaats af te staan aan iemand die nog wijzer is. Vergelijk die houding maar eens met de karakteristiek van de kandidaten voor leidende posities in onze huidige democratieën. Daar zit toch vaak een behoorlijke slok persoonlijke eerzucht en soms zelfs onvervalst narcisme bij.
In de geestelijke aristocratie van Plato heeft iedereen een functie die bij zijn capaciteiten past: ieder draagt naar vermogen bij aan de eenheid. Dat staat dus haaks op het hedendaagse gebrek aan waardering voor bijvoorbeeld mensen die praktisch werk doen. Plato zou eerder zijn vraagtekens zetten bij mensen met overdreven hoge salarissen, zoals bepaalde CEO’s of in delen van de financiële sector. Aan hen zou de vraag zijn: wat draag je bij aan de eenheid, en wat heb je nuchter gesproken aan spullen van de gemeenschap nodig om je taak te vervullen? Versterkt Elon Musk met zijn bonus van 56 miljard dollar de eenheid of zijn persoonlijkheid, in zijn concurrentiestrijd met Jeff Bezos als rijkste mens op aarde?
Plato’s kritiek op de democratie was dat daar niet de wijsheid, maar de persoonlijke vrijheid centraal staat. Als ieder individu en iedere groep een zo groot mogelijke vrijheid voor zichzelf gaat claimen in de samenleving, verdwijnt de eenheidsgedachte en vervalt de samenleving tot een keiharde belangenstrijd die uiteindelijk tot een dictatuur kan leiden. Wie goed kijkt ziet de hedendaagse parallellen met populistische leiders die ‘het volk’ (lees: hun achterban) tegen ‘de elite’ (of tegen de buitenlanders, de islam, de joden, etc.) wil opzetten, met zichzelf als redder van het volk.
Kan de wijste ook in onze hedendaagse samenleving regeren?
Het behoeft geen betoog dat we grote hedendaagse uitdagingen zoals het klimaatprobleem, de internationale spanningen zoals rond Oekraïne, maar ook binnenlandse problemen, zoals het tekort aan woningen, niet oplossen door het uitsluiten en tegen elkaar opzetten van groepen in de samenleving. Integendeel, we kunnen deze problemen alleen doeltreffend oplossen vanuit de geestelijke aristocratie, vanuit wijsheid die het totaal overziet en de eenheid dient; vanuit een aanpak met een heldere visie, die ook oog heeft voor individuen en groepen die onevenredig hard worden geraakt door beleidsmaatregelen.
Misschien is het moeilijk voor te stellen dat in ons land één persoon als de Grote Wijze boven alle partijen het beleid stuurt, zoals in het aristocratische model. Maar ‘de wijste regeert’ hoeft niet persé te doelen op één persoon, het gaat erom dat de wijsheid in de samenleving regeert, waarbij één persoon of een groep personen wellicht formeel de leiding heeft, maar waarbij iedereen naar vermogen bijdraagt. Die wijsheid in onze samenleving hoeft ook niet persé in het openbaar bestuur te zitten. Gandhi heeft bijvoorbeeld nooit bestuurlijke macht gehad, maar was wel de inspirator van het bestuur. In onze moderne samenleving zijn kennis en macht gespreid over overheid, bedrijfsleven en samenleving. CEO’s zijn verantwoordelijk voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, influencers voor de invloed van hun boodschap, de leden van de energiecoöperatie voor het goed inzetten van de winst voor de lokale omgeving, en wijzelf voor het werk dat we doen, de spullen die we kopen, etc. Samen maken we de samenleving. Daarom zou niet zozeer de verkiezing van onze volksvertegenwoordigers het centrale element in onze democratie moeten zijn – waarbij iedere partij zijn eigen deelbelang in een soms felle en op de persoon gespeelde mediastrijd afzet tegen dat van de ander – maar actief en wijs burgerschap, waarbij verkiezingen slechts het sluitstuk zijn van een maatschappelijke dialoog, gericht op het algemeen belang.
De huidige monarchie tegen de lat van ‘de wijste regeert’
De koning, als symbool van de eenheid van ons land en zijn rol om boven de partijen te staan en de verbinding in de samenleving te bevorderen, kan dus prima invulling geven aan het principe van de wijste regeert. Sterker nog, zo’n rol is hard nodig in een bestel waarin het democratische bestuur enorm worstelt met die eenheid en politici juist vaak verdeeldheid en deelbelangen dienen. Dat vraagt dan wel van de koning dat hij zich bescheiden en dienstbaar opstelt en fungeert als inspirator boven de partijen. Dat gaat verder dan de emotionele binding die het koningshuis nu vaak heeft met het volk. Het gaat ook om de meer inzichtelijke kant van de eenheid. De koning kan daarbij een voorbeeldrol spelen door in zijn gedrag en uitstraling daar uiting aan te geven. Ook kan hij wijze mensen een platform bieden en ondersteunen. Zijn vader, wijlen prins Claus, kan hem daarbij als voorbeeld dienen. Zo’n wijze voorbeeldrol kan wel botsen met de ministeriële verantwoordelijkheid, omdat zaken al snel politiek worden in onze gepolariseerde ‘mediacratie’ die leeft van ophef. Daarin zal de koning zijn eigen ruimte moeten vinden. Stug blijven staan voor bepaalde deugden en principes, zoals Plato al leerde, kan hem daarbij een leidraad bieden.
Erfopvolging past echter niet bij het principe van de wijste regeert. Daar kan onze koning niet zoveel anders aan doen dan zich bescheiden opstellen en het aan de democratie laten om over hem en zijn opvolging te oordelen. Nu is de erfopvolging van het staatshoofd niet bepaald het meest acute probleem in onze democratie. Zo lang we de nadruk blijven leggen op de persoonlijke vrijheid van onszelf en massaal onze eigen groep tegenover die van de ander plaatsen, mediahypes en persoonlijkheden boven de serene, bijna saaie rust van wijs bestuur blijven plaatsen, en niet in staat zijn een gezond vertrouwen tussen overheid en burgers te creëren, is het maar de vraag of we in staat zijn tot een wijs alternatief voor de erfopvolging van het huis van Oranje-Nassau als symbool van de eenheid van ons land. Het Duitse model van een bescheiden, vooral symbolische president die boven de partijen staat, kan een voorbeeld zijn. Zo’n president zou door de Eerste en de Tweede Kamer gekozen kunnen worden of direct door de bevolking. Maar het is dan aan onze mentaliteit en aan ons onderscheidingsvermogen of we dan voor wijsheid en eenheid kiezen of voor persoonlijkheid en afgescheidenheid. Zouden we die wijsheid dan herkennen en erkennen? Begin je maar eens een beeld te vormen: wie zou invulling kunnen geven aan die rol? Ieder volk de leiding die het verdient…durven we die spiegel aan?!
Peter Schmeitz
[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Monarchie_in_Nederland
[2] https://www.koninklijkhuis.nl/onderwerpen/rol-van-het-staatshoofd/samenbindend-vertegenwoordigend-en-aanmoedigend