We leven in een materialistische samenleving die maar moeilijk taal kan geven aan het menselijke bewustzijn. Dat maakt dat termen als gevoel en intuïtie veelvuldig door elkaar worden gebruikt, en dat is verwarrend, want ze zijn niet hetzelfde. Denk aan termen als onderbuikgevoel en vrouwelijke intuïtie of trainingen voor intuïtief coachen, intuïtief leiderschap of leven vanuit je gevoel. Bovendien leven we in verwarrende tijden van ‘mediacratie’ en opkomende AI die een scherp onderscheidingsvermogen van ons vragen over wat nu wel en niet waar is, en wat nu wel of niet een wijze keuze is. En waar baseer je die dan op? Op je gevoel, je ratio of je intuïtie? Reden temeer om eens kritisch naar ons bewustzijn te kijken. En wie kan ons daarbij beter helpen dan good old Plato, met zijn personage Socrates.
Onze worsteling met het begrip intuïtie
Volgens Wikipedia is intuïtie een ingeving, een vorm van direct weten, zonder dat dit beredeneerd is.[1] Maar waar dat direct weten dan vandaan komt en waar het in het bewustzijn geplaatst moet worden, wordt hieruit niet duidelijk. Ook de westerse psychologie en filosofie komen niet tot eenduidige antwoorden. Eigenlijk is dat ook niet zo vreemd. De westerse cultuur is een uiterlijk gerichte cultuur die veel scherper is in het duiden van bijvoorbeeld economische of financiële issues dan in het duiden van vraagstukken van bewustzijn.
Het intellect helpt bij het onderscheid tussen gevoel en intuïtie
Wij mensen zijn zelfbewuste, denkende wezens: we kunnen op onszelf reflecteren. Dit in tegenstelling tot de dieren, die instinctief handelen (hoewel de hoogst ontwikkelde dieren al eerste tekenen van zelfherkenning beginnen te ontwikkelen). Ons denken kent verschillende aspecten, van beestachtige woede tot hele inspirerende, universele inzichten. Een van de meest bekende, en scherpst gedefinieerde denkaspecten is het intellect (ofwel de ratio). Het intellect betreft het logische denken, het redeneren, het meten, het classificeren, het ordenen en het analyseren van feiten, voorwerpen en data. Mensen die helemaal opgeslokt zijn door een intellectueel vraagstuk herkennen we allemaal wel (ook bij onszelf misschien) doordat ze verstrooid gedrag vertonen: ze vergeten hun koffie op te drinken en zijn met hun hoofd ergens anders als je hen een vraag stelt over de boodschappen. Die eenzijdige gerichtheid op slechts één denkaspect schakelt dus de andere aspecten uit. Een rationeel gericht mens is dus minder gericht op gevoelsaspecten en vice versa.
Over het intellect bestaat dus weinig misverstand in onze hedendaagse samenleving, maar des te meer over de andere denkaspecten. Want veel mensen beschouwen alles wat niet intellectueel is als gevoel. Maar als je daarop gaat inzoomen, zie je al snel dat dat te kort door de bocht is. Want ‘gevoelens’ als boosheid, woede, jaloezie, verliefdheid, angst of verdriet zijn toch wezenlijk anders van aard dan ‘gevoelens’ als solidariteit, begrip, en het eureka ‘gevoel’ van plotseling doorzien hoe iets of iemand in elkaar zit. Als we het intellect als uitgangspunt nemen (dat is immers onomstreden) kunnen we onderscheid maken tussen ‘gevoelens’ die onder het intellect staan en ‘gevoelens’ die boven het intellect staan in termen van een minder of meer beperkt beeld van werkelijkheid en waarheid vormend. De eerstgenoemde ‘gevoelens’ zijn immers meer persoonsgericht en de tweede meer gericht op inzicht en begrip, en geven daarmee een veel ruimere blik op werkelijkheid en waarheid.
Intuïtie hoort bij inzicht en begrip
Die bovenintellectuele ‘gevoelens’ zou je dan ook kunnen omschrijven als begripsvermogen. Ze hebben niets van doen met persoonlijke overwegingen, meningen, vooroordelen en eigenbelangen en zijn onpartijdig en universeel van aard. Ze zijn diepgaander dan zintuigelijke waarnemingen en leiden tot een breed begrip, een heldere visie op de oorzaken van de dingen. Ze zijn ook diepgaander dan het intellect en ontstaan als je een vraagstuk doorziet. Na lang nadenken kan er bij jou bijvoorbeeld ineens een lichtje opgaan. Dan stijg je uit boven het intellectuele redeneren, boven het 5+5=10 denken. Dan begrijp je het waarom achter de formule: begrip na (soms lang en intensief) intellectueel denken dus. Het omgekeerde kan echter ook: je krijgt spontaan een inzicht in een menselijk karakter, een sociologisch vraagstuk of de werking van een natuurlijk fenomeen. Later kun je het dan ook intellectueel verklaren en aan anderen uitleggen. In dit geval is er sprake van intuïtie: een plotseling begrip dat we zelf op dat moment nog niet kunnen verklaren.
Gevoel is gericht op de persoon zelf
Intuïtie is dus wezenlijk iets anders dan het benedenintellectuele ‘gevoel’ dat we het werkelijke gevoel kunnen noemen. Dit is namelijk persoonlijk gebonden en niet universeel. Iemand die aanvoelt dat iets waar is, of dat hij wel of niet voor een bepaalde keuze moet gaan, kan niet aan anderen uitleggen waarom dat zo is. Blijkbaar ondergaat hij een bepaalde invloed, zonder dat hij kan duiden waar die vandaan komt: hij heeft er geen argumenten voor en kan zijn gevoel ook achteraf niet rationeel verklaren. Het gevoelsaspect is dus een denk- of bewustzijnsvermogen dat los van het intellect indrukken opdoet. Iedereen kent wel zo’n situatie: je wil een huis kopen en hebt meteen een gevoel bij de makelaar of het huis, maar rationele argumenten voor dat gevoel heb je niet, ook achteraf niet. Dit vermogen zit in dezelfde categorie als dieren die instinctief aanvoelen dat er een aardbeving aankomt en wegvluchten.
Wetenschappelijk blijft het nog wel gissen waar deze emotionele invloeden dan vandaan komen. De Britse wetenschapper Sheldrake spreekt van morfische resonantie.[2] Zijn theorie stelt dat er (onbewust) uitwisseling van informatie door groepen van gelijkaardige natuurlijke systemen plaatsvindt (bv. groepen mensen, dieren, planten, maar ook atomen of cellen). Dit gebeurt via zogenaamde morfische velden die een collectief geheugen vormen. Dat sluit aan bij psychologen als Jung, die dit geheugenreservoir waar we onbewust allemaal uit putten het collectief onderbewuste noemen. Die natuurlijke systemen erven dit collectieve geheugen van alle voorgangers in hun soort via een proces dat morfische resonantie wordt genoemd. Dat proces zorgt ervoor dat de patronen van ontwikkeling en gedrag door herhaling in toenemende mate een gewoonte worden. Denk hierbij aan instinctief gedrag dat dieren vaak al vanaf hun geboorte vertonen, dus zonder dat het hen door hun ouders geleerd is. Maar het zou ook een verklaring kunnen zijn voor groepsgedrag bij mensen, hypes, rages, sektevorming, etc.. Of waarom je soms een bepaald gevoel hebt bij een persoon, een omgeving of een studiekeuze, maar ook waarom je daar dan, ook achteraf, geen rationele verklaring voor kunt geven. Dat gevoel heb je dan opgepikt uit zo’n morfisch veld, maar je intellect is er niet aan te pas gekomen. Dat geeft meteen het risico aan van eenzijdig op je gevoel vertrouwen, zonder intellect of begripsvermogen. Je weet immers niet of je het moet navolgen of juist niet.
Dat klinkt misschien allemaal ingewikkeld, maar het denken van Sheldrake sluit aardig aan bij een aantal grote filosofische stromingen die ervan uitgaan dat er een wat meer etherische sfeer bestaat dan de zintuigelijk waarneembare wereld waar wij (en de dieren) voortdurend indrukken uit opdoen. Het vermogen dat ons daartoe in staat stelt is ons gevoel. Die sfeer, waar onder meer alle psychische energieën die wij uitstralen rondgaan, heeft afhankelijk van de denkstroming verschillende namen: het Akasha of kama-loka (Hindoeïsme), aether of kwintessens (Stoïcijnen) of het astrale licht (theosofie). Deze denksystemen gaan uit van reïncarnatie, wat het onbewust putten uit een collectief geheugenveld iets simpeler te begrijpen maakt, dan de toch wat complexe wetenschappelijke verhandelingen van Sheldrake.
Zijn inzicht, begrip en intuïtie meer waard dan gevoelens?
Voor een evenwichtige ontwikkeling van je denkbewustzijn heb je alle denkaspecten nodig. Zoals eerder aangegeven, werkt een eenzijdige focus op één van de aspecten beperkend op je waarnemen en functioneren. Bovendien zijn alle denkaspecten in de kern neutraal. Het gaat erom hoe je ze inzet. Een gevoel van warmtevol medelijden heeft een andere uitstraling dan een gevoel van ongecontroleerde woede. Maar als het gaat om het ontwikkelen van een onbevooroordeelde blik op waarheid en werkelijkheid -wat in onze ‘tiktok’ samenleving met al zijn misleiding, illusies en gebrek aan houvast keihard nodig is- dan zit er wel degelijk een verschil in waarde tussen intuïtie en gevoel. Een te sterke focus op je gevoel beperkt je blik op de werkelijkheid omdat gevoelens van je eigen persoonlijke beleving uitgaan, en niet vanuit de meer universele, bovenpersoonlijke blik van het begripsvermogen. Anders gezegd: typische gevoelsmensen krijgen vaak onbewust en ongecontroleerd invloeden binnen vanuit de morfische velden, het astrale licht of hoe je het ook wil noemen: ze staan dus eigenlijk onbewust ‘open’ voor dergelijke invloeden en drijven daardoor vaak mee op stemmingen en groepsemoties. Gevoelens zijn dan ook heel veranderlijk en verliezen snel hun waarde. Dat kun je heel goed zien bij verkiezingen of maatschappelijke hypes, waarbij een samenleving soms lijkt mee te deinen op één overheersend maatschappelijk thema, zoals immigratie. Maar ook bij bijvoorbeeld persoonlijke verliefdheid of boosheid. Maar dat maakt gevoelens op zich nog niet tot iets slechts of minderwaardigs. Een gevoelsarm mens komt koud over, dat helpt niet in de omgang. Bovendien: ze zijn gewoon onderdeel van ons bewustzijn dus we zullen ermee moeten leren leven.
Oefenen met het herkennen van je intuïtie
Om te bepalen of je met intuïtie of gevoel te maken hebt, kun je kijken of de ingeving meer universeel van aard is, zoals een plotseling inzicht of een heldere visie, of dat het ‘ik’ daarbij een dominante rol speelt, zoals bij een (voor)gevoel of een instinctieve gedachte. Om scherp te doorzien wat voor een ingeving het betreft, zou je eigenlijk als een neutrale beschouwer naar jezelf moeten kijken. Als het werkelijk om een intuïtie gaat, komen de intellectuele argumenten vanzelf wel naar boven. Zo heeft Einstein eerst een intuïtief beeld gehad van zijn relativiteitstheorie, maar heeft het hem daarna jaren gekost om zijn theorie wetenschappelijk uit te werken en te bewijzen. Zo zou je ook kritisch moeten kijken naar trainingen als intuïtief leiderschap of intuïtieve coaching. Kom je daar bijvoorbeeld, na jaren van te eenzijdige focus op je intellect, dichter bij je gevoel (waar uiteraard niks mis mee is) of train je werkelijk je intuïtie? Dan is het goed om door te vragen naar de achtergrond en de visie van de trainer. Weet deze wat hij doet? Zo bezien is het begrip vrouwelijke intuïtie eigenlijk nonsense, veelal gebruikt als alternatief voor een (voor)gevoel of een mens of situatie goed kunnen aanvoelen. Intuïtie, begripsvermogen en inzicht zijn universele vermogens die los staan van je fysieke man of vrouw zijn.
Je gevoelens veredelen naar begrip
Als onze intentie is dat we constructief bij willen dragen aan de samenleving, zouden we onze gevoelens moeten veredelen en omzetten naar begrip: van boosheid naar mededogen, van verliefdheid naar liefde, van jaloezie naar ware vrienschap. Het begripsvermogen is immers bovenpersoonlijk en daardoor veel duurzamer (een verkregen inzicht raak je niet meer kwijt) en diepgaander. Het doorziet de samenhang der dingen. Daarom hangt het begripsvermogen ook samen met idealisme en mededogen. In het Boeddhisme en bij Plato staan inzicht, mededogen, intuïtie en begrip dan ook als één vermogen op hetzelfde ‘bovenintellectuele’ niveau.
In het Boeddhisme zijn er gerichte oefeningen om je gevoelens om te zetten in begrip. Zo kun je alle bekende mensen in je omgeving in gedachten nalopen en proberen hen te zien als onderdeel van dezelfde eenheid: je bent hen dus ook, en net als jij zijn zij lerende wezens. Dan begin je uiteraard met je vrienden, maar uiteindelijk loop je in gedachten ook langs de mensen die je minder leuk vindt. Het idee van zo’n oefening is dat je negatieve gevoelens omzet in meer universeel begrip en compassie. Dat helpt je om meer onbevangen en met een (bovenpersoonlijke) open mind naar de wereld te kijken.
Sokrates helpt je je intuïtie te stimuleren
Naast het veredelen van je gevoelens kun je je intuïtie stimuleren. Plato laat zien hoe je dat kunt doen. Dat doet hij via zijn vaste personage Socrates, bijvoorbeeld in de Apologie.[3] Daarin zegt het orakel van Delphi tot zijn stomme verbazing dat hij de wijste man van Athene is. Sokrates gaat deze uitspraak daarom onderzoeken en gaat daarmee door tot hij hem werkelijk heeft begrepen en logisch kan verklaren. Sokrates is een typisch voorbeeld van iemand die zich altijd blijft verwonderen over het leven en probeert onbevooroordeeld naar een vraagstuk te kijken. Vervolgens probeert hij vanuit een dialoog (innerlijk en uiterlijk) uit te vissen wat nu werkelijk waar is. De drang om onbevangen oplossingen te vinden voor vraagstukken die zich in je leven voordoen is de basis voor het ontwikkelen van je intuïtie. Dan gaat de intuïtie stromen. Vanuit die open houding kun je ook anderen helpen hun intuïtie te ontwikkelen, niet door ze volledige antwoorden te geven op hun vragen, maar door ze hints te geven of paradoxen voor te schotelen, de specialiteit van het taoïsme en het zenboeddhisme.
Tja, en wat nu?
We leven in een verwarrende, en soms turbulente wereld waarin het soms heel moeilijk is om voor jezelf te bepalen wat waarheid en wat wijsheid is. Dat vraagt van ons dat we alle bewustzijnsaspecten nodig hebben: om te ervaren, te beredeneren en te doorzien. Ga echter niet telkens lopen piekeren of je met een gevoel of met een intuïtie te maken hebt. Dat kan elke spontaniteit en onbevangenheid doodslaan. Leef daarentegen vanuit een constante verwondering over het leven. En richt je daarbij niet teveel op jezelf, maar probeer als een bovenpersoonlijke beschouwer naar de wereld te kijken en deze te onderzoeken, zoals een echte Sokrates. Als je daarbij telkens als een soort anker een mooi ideaal in het achterhoofd houdt, zoals: hoe kan ik de wereld iets meer rechtvaardig maken met mijn bijdrage, dan zal de intuïtie vanzelf gaan stromen, en heb je die training intuïtief leiderschap niet meer nodig….
Peter Schmeitz
[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Intuïtie
[2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Morfisch_veld
[3] Plato, Apologie. Vele edities