Wat is de essentie van mannelijkheid? Een blik voorbij Donald Trump en Andrew Tate

Mannelijkheid is tegenwoordig een beladen thema, niet alleen in de Westerse landen, maar ook daarbuiten. In een tijd waarin klassieke rolpatronen niet meer vanzelfsprekend zijn na decennia van emancipatie en individualisering, zijn veel mannen zoekende naar hun identiteit en toegevoegde waarde in de samenleving. Dat uit zich op diverse manieren. Denk aan de populariteit van expliciete vrouwenhaters als Andrew Tate onder met name jongens en jonge mannen. Daarnaast wordt er in veel Westerse landen gesproken over boze witte mannendie zich gediscrimineerd voelen doordat vrouwen en sommige minderheidsgroepen sneller op de sociale ladder klimmen, onder meer door beleid voor diversiteit en inclusie (DEI). In de VS heeft deze boosheid onder Trump geleid tot een keiharde tegenreactie. Ook is er in veel landen discussie over het feit dat meiden het beter doen in het onderwijs dan jongens. Kortom: tijd om eens een laag dieper te kijken dan de uiterlijke clichés en de polarisatie. Wat betekent het eigenlijk om man te zijn? En belangrijker nog: wat is de essentie van mens-zijn – voorbij de uiterlijke rollen en maatschappelijke verwachtingen?

Wat is er aan de hand?

Mannelijkheid is al een aantal jaren een gevoelig, en vaak polariserend maatschappelijk thema, in de Westerse wereld, maar ook daarbuiten. Grote groepen jongens en mannen zijn zoekende naar hun rol in de samenleving en worstelen met gedrag en opvattingen na decennia van emancipatie en individualisering. Klassieke rolpatronen zijn vervaagd en voor veel jongens en mannen zijn er in een wereld van influencers en populisten maar weinig betrouwbare ankers om op terug te vallen. Deze worstelingen werken door op alle niveaus van de samenleving, van politiek stemgedrag, tot arbeidsverhoudingen en persoonlijke relaties.

Zo blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd door Ipsos dat in het Verenigd-Koninkrijk een op de zes mannen tussen de 16 en 29 jaar, de generatie die bekend staat als Gen Z, van mening is dat feminisme meer kwaad dan goed doet. Bijna een derde van de Gen Z jonge mannen heeft een positief beeld van de Canadees Jordan Peterson, een invloedrijke, maar omstreden psycholoog die onzekere mannen ouderwetse mannelijkheid voorschrijft. Een flink deel van de jonge mannen en jongens keert zich tegen de sociale en economische vooruitgang van vrouwen. Een op de vijf heeft een positieve kijk op de beruchte influencer Andrew Tate, die zichzelf omschrijft als vrouwenhater. Tate staat terecht wegens onder meer verkrachting, seksuele uitbuiting en mensenhandel. 

De aandacht voor de worstelingen van jongens en jonge mannen kreeg recent een impuls door Netflix-serie Adolescence (2025) van regisseur Barantini. De serie gaat over de 13-jarige Jamie Miller, die wordt verdacht van moord op een klasgenote. Een centraal onderwerp in de serie is online radicalisering, en specifieker de manosphere en de incelculture. Ook in Nederland is deze zogenaamde manosphere, met influencers als Tate als rolmodel, populair onder met name jongens en jonge mannen, zo laat bijvoorbeeld Arjen Lubach helder zien in een van zijn uitzendingen.[1] De manosphere is een verzamelnaam voor online gemeenschappen waar mannen onderwerpen als crypto, snel rijk worden, zelfverbetering en relaties met vrouwen bespreken. Wat misschien is begonnen als een onschuldige zoektocht naar zelfvertrouwen en zingeving, leidt door algoritmes al snel tot vrouwonvriendelijkheid, anti-feminisme en radicalisering, bijvoorbeeld in de vorm van zogenaamde incels: mannen die geen seks hebben en daar gefrustreerd over zijn. Vrouwen worden daarbij gezien als zondebok. De manosphere is niet per definitie misogyn (vrouwen hatend) maar voedt vaak wel vrouwonvriendelijke ideeën. Feminisme wordt gezien als de vijand.[2] 

Het issue van grote groepen mannen die zoekend zijn en worstelen met hun rol als man in de samenleving gaat echter verder dan alleen jonge mannen. Zie de keiharde, vanuit een diepe rancune gedreven aanval van de regering Trump op het beleid voor Diversiteit en Inclusie (DEI) in Amerikaanse overheidsinstanties en bedrijven dat vooral witte mannen zou benadelen. Deze discussie speelt ook in Europa, zij het meestal wat minder radicaal en gepolariseerd. Ook bij deze zogenaamde boze witte mannen lijkt met name de angst voor verlies van maatschappelijke positie ten opzichte van vrouwen en minderheden en het gebrek aan erkenning en waardering voor praktisch geschoold werk in de samenleving de basis voor hun frustratie.[3]

Ook op scholen speelt het issue van mannelijkheid, zo schrijft de Correspondent. De onderwijsprestaties van jongens blijven al jaren achter bij die van meisjes. Ook dat is een internationale trend, waar ook Nederland niet aan ontkomt. De oorzaken hiervan zijn niet eenduidig, maar er zijn zeker aanwijzingen. Een mogelijke reden is dat het brein van de gemiddelde jongen zich anders ontwikkelt. Het breinonderdeel dat mensen in staat stelt te plannen, weloverwogen keuzes te maken en de consequenties van hun handelen in te schatten, kan bij jongens soms meer dan twee jaar achterlopen op dat van meisjes. Dat verschil lopen ze later weer in, maar kán ervoor zorgen dat ze niet kunnen meekomen in de eerste jaren van de middelbare school. Jaren waarin veel meer zelfstandigheid wordt verwacht dan op de basisschool.

Jongens hebben, vaker dan meisjes, niet alleen moeite met plannen, ze leren ook het liefst door iets eerst te dóen en pas daarna de bijbehorende informatie op te zoeken. Jongens proberen bijvoorbeeld liever eerst zelf een kast of een tafel in elkaar te zetten. Pas als ze zien dat ze de verkeerde schroeven hebben gebruikt of er een aantal overhouden, pakken ze de handleiding erbij. Meisjes zijn eerder geneigd de handleiding te gebruiken. Ze vertrouwen het systeem meer. Dat sterkere wantrouwen van jongens en die neiging om meteen te gaan handelen, zou te maken kunnen hebben met het feit dat ze veel meer testosteron hebben dan meisjes. Testosteron maakt jongens doorgaans beweeglijker, strijdlustiger, competitiever, impulsiever en meer fysiek aanwezig. 

Inmiddels experimenteren scholen op diverse manieren om jongens meer jongen te laten zijn en hun onaangepaste gedrag niet meteen als fout weg te zetten. Ze passen bv. hun lesstof aan en hun manier van onderwijs geven. Ook helpt het om meer mannelijke rolmodellen in het onderwijs te hebben.[4]

Wat is mannelijkheid? 

Volgens Wikipedia is mannelijkheid, oftewel masculiniteit, “het geheel van eigenschappen, gedragingen en rollen die geassocieerd worden met mannen, deels biologisch en deels cultureel bepaald. Welke eigenschappen en gedragingen als mannelijk worden beschouwd, verschilt per cultuur. Wat men in de ene cultuur erg mannelijk vindt, kan in een andere cultuur of periode als onmannelijk worden ervaren, of deel uitmaken van het gedrag dat als vrouwelijk wordt bestempeld. Ook personen met een ander gender, zoals vrouwen, kunnen mannelijke eigenschappen of mannelijk gedrag vertonen. Wie zich zowel mannelijk als vrouwelijk gedraagt, wordt als androgyn beschouwd. Wie zich overdreven mannelijk gedraagt, geldt als een macho. Eigenschappen die in de westerse wereld als mannelijk worden gezien, zijn moed, zelfstandigheid en assertiviteit, maar ook machtswellust en agressie.”[5]

Wikipedia zegt een aantal interessante dingen. Zo wordt mannelijkheid vooral vanuit (uiterlijk) gedrag bezien en verschilt de maatschappelijke waardering daarvan in plaats en tijd. Mannelijkheid gaat daarmee dus ook over indentiteit en over de relatie met wat wordt gezien als vrouwelijkheid.

Twee ideaalbeelden van de man

Discussies rond mannelijkheid vinden vaak plaats vanuit gepolariseerde maatschappelijke beelden. Grofweg zie je twee hedendaagse ideaalbeelden van hoe de man zou moeten zijn: 

  • de traditionele, stoere man, in de media vaak afgebeeld met zijn vrienden in de kroeg, achter de barbecue of in een ruige omgeving;
  • de geëmancipeerde, postmoderne man, in contact met zijn vrouwelijke kant, in de media bijvoorbeeld afgebeeld achter de kinderwagen, vaak in een stedelijke omgeving. 

Die twee manbeelden domineren in verschillende delen van de maatschappij. Het ideaalbeeld van de traditionele man heerst buiten de grootstedelijke gebieden en in conservatieve kringen daarbinnen. Het ideaalbeeld van de postmoderne man domineert het grootstedelijke straatbeeld. Daarmee is de mannelijkheidsdiscussie eigenlijk onderdeel van een bredere gepolariseerde maatschappelijke discussie die zich ook politiek uit: tussen de vaak hoogopgeleide, kosmopolitische, meestal progressievere groep en de vaak praktisch opgeleide, conservatieve en meer etnocentristische/plaatsgebonden groep die je vaker in rurale en oude industriesteden ziet. Deze tegenstelling zie je heel duidelijk terug in de Amerikaanse politiek waar beide polen hun eigen politieke partij hebben, maar je ziet het ook in Nederland, zij het in meer grijstinten.

Geen mannelijkheidscrisis maar een identiteitscrisis

Er is dan ook niet zozeer sprake van een mannelijkheidscrisis, maar van een identiteitscrisis, door veranderingen in de maatschappij. Bepaalde groepen mannen vinden in onze geëmancipeerde en individualistische maatschappij moeilijker hun plek dan anderen. Een maatschappij waarin generatie Z (de internetgeneratie, geboren tussen 1997 en 2012) op dit moment zijn plek aan het zoeken is. Een maatschappij die qua denkkaders, waarden en normen veel ingewikkelder en dynamischer is dan de maatschappij van pakweg 70 jaar geleden waar (ondanks alle armoede en onrechtvaardigheden) mensen wel vaak duidelijkheid hadden over hun plek in de maatschappij en wat er van hen verwacht werd. Een maatschappij waarin het klassieke manbeeld stond als een huis. Dat is in de wereld van sociale media, influencers, politieke polarisatie en vaak hoge maatschappelijke eisen wel anders.

De mannelijkheidsdiscussie gaat dus veel meer om de essentie van het mens zijn in een snel veranderende maatschappij en daarbinnen je identiteit vinden, en dat geldt eigenlijk net zozeer voor vrouwen die met een lange inhaalslag qua emancipatie bezig zijn.[6]

Wat is de essentie van mens-zijn en de rol van mannelijkheid daarin? 

De zoektocht van de huidige samenleving is er dan ook vooral een naar de essentie van het mens-zijn en ieders rol als man of vrouw daarin. Eigenlijk is het bizar dat het in de vaak gepolariseerde maatschappelijke hectiek, waarin mensen hun plek moeten zoeken, zo weinig gaat over die kernvraag van de essentie van het mens-zijn: wat vraagt het om mens te zijn in de hedendaagse samenleving, man of vrouw? En dat terwijl de grote denkstelsels van de mensheid hier best eenduidig over zijn en goede houvast bieden.

Of je nu kijkt naar Plato, het taoisme, het boeddhisme, het hindoeïsme, het christendom, het humanisme of de islam: in de kern stellen ze allemaal dezelfde opdracht aan ons als mens, al zeggen ze het allemaal in hun eigen woorden en context: leven volgens je hoogste ethische principes, het lagere in jezelf verheffen naar het hogere, leven volgens je Dharma (je hoogste ethische plicht), de Christus in jezelf volgen, naar vermogen bijdragen aan de samenleving, het universele pad (Tao) gaan, het veredelen van je karakter ten behoeve van het geheel, het accepteren van Allah’s wetten en ernaar handelen… 

Zo ziet Plato uiterlijk gedrag slechts als een afspiegeling van wat er aan de binnenkant, in de ziel, leeft. Voor hem is mannelijkheid een uitdrukking van de universele opdracht van ieder mens: het lagere verheffen naar het hogere, en je karakter vormen naar de deugden van wijsheid, moed, matigheid en rechtvaardigheid. Moed ziet hij daarbij niet als roekeloosheid, maar als standvastigheid vanuit inzicht: de kracht om, ondanks angst en gevaar, het goede en het ware te blijven volgen. In die zin is mannelijkheid niet voorbehouden aan mannen, en vrouwelijkheid niet aan vrouwen. Het zijn archetypische kwaliteiten die ieder in zich draagt.[7]

Ook in de Oosterse filosofie (taoïsme, confucianisme, boeddhisme, hindoeïsme) ligt de essentie van mannelijkheid niet in uiterlijke macht of dominantie, maar in innerlijke harmonie (yin-yang), morele integriteit (junzi) en geestkracht. Ook hier staat de uiterlijke mannelijkheid ten dienste van innerlijke kwaliteiten. Het mannelijke wordt daarbij gezien als een kosmisch principe dat pas volledig tot zijn recht komt in balans met het vrouwelijke.[8]

In de islam betekent mannelijkheid niet overheersen, maar dienen en beschermen in rechtvaardigheid. De Koran stelt duidelijk dat waardigheid niet ligt in het geslacht of afkomst maar in morele integriteit.

“O mensheid! Wij hebben jullie uit een man en een vrouw geschapen en jullie tot volken en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar zouden leren kennen. Voorzeker, de meest eervolle onder jullie is degene met de meeste taqwã”[9] (grofweg te vertalen als deugd, verdraagzaamheid, zelfbeheersing, zich bewust zijn van Allah/het Goddelijke).[10] Dit vers richt zich tot alle mensen en onderstreept gelijkwaardigheid en moreel bewustzijn. De profeet Mohammed vulde dit in met zacht maar vastberaden leiderschap. Hij hielp bijvoorbeeld in het huishouden, speelde met kinderen en was altijd barmhartig. Hij zei: “de sterke man is niet degene die goed kan worstelen, maar degene die zichzelf beheerst wanneer hij boos wordt”.[11] De islam ziet man en vrouw als complementair: hun rollen zijn gebaseerd op wederzijdse verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en bescherming van het gezin en de gemeenschap. Niet op onderdrukking of machtsmisbruik. Mannelijkheid is dus de morele kracht in dienst van het goede.

Zo bezien maakt het dus niet uit of je in een mannelijk of een vrouwelijk lichaam bent geboren: je kijkt waar je vermogens en talenten liggen en kijkt hoe je die optimaal kunt inzetten voor de samenleving (of: je gezin, werk, vereniging, etc.). Dat is in iedere omgeving weer anders. Anders dan vaak wordt gedacht is de leidende rol van mannen in patriarchale systemen dan ook niet bedoeld om te onderdrukken en te heersen, maar om te dienen. Dat daar vaak misbruik van is en wordt gemaakt in de geschiedenis doet daar niets aan af. Waar de behoefte aan die klassieke, fysieke mannelijke leiderschapsstijl afneemt, zoals in onze hedendaagse (vaak stedelijke) kennissamenleving, neemt de behoefte aan het geëmancipeerde mannelijke ideaalbeeld toe.

Vanuit dit perspectief kunnen kunnen beide ideaalbeelden van mannelijkheid (het traditionele en het geëmancipeerde) dan ook prima naast elkaar bestaan. In een context waar veel fysieke kracht wordt gevraagd is meer behoefte aan het traditionele beeld. In een stedelijke kenniscontext komt het geëmancipeerde beeld meer tot zijn recht. Als beide ideaalbeelden worden ingezet om hun kwaliteiten (deugden, zou Plato zeggen) ten behoeve van het geheel in te zetten, is er geen probleem. Het probleem is veel meer dat we in onze individualiserende samenleving de essentie van ons menszijn uit het oog lijken te raken.

Tips voor zoekende mannen én vrouwen

De zoektocht naar mannelijkheid zou, kortom, dus niet moeten gaan om het herstellen van oude machtsposities of het najagen van oppervlakkige en vluchtige (ik-gerichte) ideaalbeelden als een mooie auto. Het gaat in essentie om de eeuwenoude opdracht die Plato en vele andere grote denkers ons meegeven: verhef jezelf, ontwikkel je deugden, en zet je talenten en krachten in voor het geheel. Of je nu man of vrouw bent, dat is in essentie dus eigenlijk niet relevant. Maar hoe doe je dat dan? In dat licht enkele meegevers ter overdenking:

  • Denk na over de essentie van je mens-zijn in deze hedendaagse samenleving. Kijk welke vermogens en talenten je hebt (fysiek, mentaal of geestelijk, dat maakt niet uit), en kijk hoe je die ten behoeve van een betere wereld (hoe klein ook) kunt inzetten: van ik naar wij. Daar heb je geen Andrew Tate of Jordan Peterson voor nodig.
  • Beoefen moed in de Platonische zin – niet brute durf, maar trouw blijven aan je hoogste waarden, ook tegen de stroom in. Dat is pas lef… Boeddhistisch gezegd: blijf trouw aan je dharma – Zoek wat jouw unieke bijdrage is aan het verbeteren van de wereld, voorbij sociale verwachtingen of rolpatronen.
  • Word meester over je impulsen – Laat het hogere in jezelf (rede en compassie) leiding geven aan je handelen. Mislukt het een keer? Geen probleem, want leven is leren: gewoon opstaan en weer doorgaan op het pad van zelfbeheersing.
  • Oordeel niet, maar verdiep je in de ander en ga met open verwondering in gesprek. Zoals Plato ons leerde: echte, onbevangen (Socratische) dialoog is de weg naar (gezamenlijk) inzicht.
  • Heb je als man de behoefte om je fysieke mannelijkheid te tonen in een geëmancipeerde context: ga lekker klussen, sporten of met vrienden de natuur in en voel je vooral niet geremd. Oh, en kijk eens rond of er misschien ook vrouwen interesse hebben. Niet iedere vrouw is roze, en niet iedere man is blauw. Voel je als vrouw dus ook niet geremd! Die diversiteit maakt onze samenleving juist interessant.
  • Herdefinieer kracht – zie kracht niet als macht, maar als vermogen om te dragen, te beschermen en te dienen – en ontwikkel daarnaast zachtheid en empathie – die balans maakt je een vollediger mens, als christen, moslim, humanist, boeddhist of wat dan ook….

Succes! Peter Schmeitz


[1] https://www.youtube.com/watch?v=jvvVPPmDv88&t=165s

[2] https://youngworks.nl/blog/manosphere-en-incelculture-in-nederland-hoe-denken-jongeren-hierover/

[3] https://www.volkskrant.nl/mensen/de-boze-witte-man-wil-zijn-mannelijkheid-terug~b09b0433/?referrer=https://www.google.com/; https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/hoe-witte-mannen-zichzelf-verliezen-in-radicaal-rechts

[4] https://decorrespondent.nl/2904/waarom-jongens-op-school-slechter-presteren-en-hoe-je-dat-tegengaat/697288a7-da5c-07fd-3909-ab34664b3cd8

[5] https://nl.wikipedia.org/wiki/Mannelijkheid

[6] https://decorrespondent.nl/6279/dit-is-de-essentie-van-mannelijkheid/cdbab311-8451-044b-19a1-31b538049950

[7] Plato, Het Bestel, Politeia, in de vertaling van Hans Warren en Mario Molengraaf, Prometheus, Amsterdam, 2000

[8] https://nl.wikipedia.org/wiki/Yin_en_yang; https://nl.wikipedia.org/wiki/Junzi;

[9] Koran: Soera al-Hujurãt 49:13. Taqwa

[10] https://en.wikipedia.org/wiki/Taqwa

[11] Sahih Muslim, hadith nr. 2609

Plaats een reactie