Je mentale voetafdruk: wat voeg jij toe aan het denkklimaat van de wereld?

We staan als mensheid op dit moment voor zoveel uitdagingen dat je er af en toe moedeloos van wordt: oorlogen, populisme, klimaatverandering, economische onzekerheid, angst voor de gevolgen van de razendsnelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, etc. We lijken als mensheid niet in staat om deze problemen gezamenlijk en constructief aan te pakken. Waar sommigen vervallen in angst, wantrouwen of fatalisme, proberen anderen hun verantwoordelijkheid te nemen en in ieder geval hun eigen gedrag aan te pakken, bijvoorbeeld door hun ecologische voetafdruk dusdanig te beperken dat hun consumptie en afvalproductie binnen de draagkracht van de aarde valt. Misschien probeer jij dat ook, maar hoe zit het met jouw mentale voetafdruk: wat voeg jij toe aan het denkklimaat van de wereld?

Naar een besef van eenheid en verbondenheid in de wereld

Als je goed kijkt naar de grote uitdagingen waar de mensheid op dit moment voor staat, dan zijn ze allemaal terug te voeren tot eenzelfde basisoorzaak: een overheersende denkmentaliteit van zelfzucht en afgescheidenheid. Het gaat daarbij niet zozeer om slechtheid, maar om een gevoel dat je als mens (of als groep) continu moet opkomen voor je eigen hachje, dat je moet concurreren met anderen om banen, om land, om waardering, om bestaansrecht, om woonruimte, etc.. Daarmee gepaard gaan gevoelens van angst en wantrouwen, die spelen van het persoonlijk niveau (zie de epidemie van psychische problemen bij met name jonge mensen) tot het geopolitieke niveau (zie de strijd tussen de grootmachten). Dan is het niet gek dat het ‘ik’ centraal staat, en het ‘wij’, het algemeen welzijn van mens en planeet, op plek twee. 

We hebben dus eigenlijk een mentaliteitscrisis, gebaseerd op een wereldbeeld van afgescheidenheid en concurrentie, en dus op overleven van jezelf. Dat overheersende wereldbeeld maken we zelf, dus we kunnen het ook veranderen. Misschien lijkt dat onmogelijk, maar eigenlijk is dat beeld altijd aan verandering onderhevig geweest. Zo was in het vroege christendom het gangbare idee dat de mens de schepping met respect moest beheren en mocht gebruiken voor zijn nut. Dat veranderde in de Verlichting, toen met denkers als René Descartes een nieuwe grondtoon werd aangeslagen, die ook nog steeds doorklinkt. Zij zetten een unieke mensheid, bezield met een levende geest, tegenover een dode, mechanische natuur van planten en dieren. Deze visie staat bekend als het dualisme, met de mens als het actieve subject, en de natuur als het zielloze object. Dit ‘afgescheiden’ Westerse denken werd in de 19e eeuw nog versterkt door het sociaal darwinisme, waarbij het Darwinistische principe van de ‘survival of the fittest’ werd toegepast op de menselijke maatschappij, waarmee het een rechtvaardiging werd voor sociale ongelijkheid, racisme en imperialisme. Hoewel dit sociaal darwinisme tegenwoordig niet meer als wetenschap wordt beschouwd, trilt dit denken nog steeds na in de maatschappelijke en mondiale verhoudingen. Kortom: de huidige mentaliteitscrisis komt voort uit een diepgeworteld, Westers wereldbeeld.[1]

Willen we de wereld veranderen, dan zullen we dus eerst onze visie op de wereld moeten veranderen: we zullen naar een andere onderliggende levensvisie toe moeten, waarbij niet meer de afgescheidenheid maar de eenheid van het geheel centraal staat: minder ik, meer wij. Het positieve is dat we zo’n visie niet vanaf nul hoeven te verzinnen. Sterker nog, het denken vanuit eenheid is de basis voor diverse grote denkstelsels, zoals het taoïsme en het boeddhisme, maar het zit ook in ons Westerse denken. Plato beschreef al dat in een rechtvaardige samenleving iedereen naar vermogen bijdraagt aan die samenleving en alleen krijgt wat hij nodig heeft om te kunnen bijdragen. Plato ziet een ideale samenleving dan ook als een dynamische eenheid waaraan de mens, naarmate hij wijzer wordt, steeds beter uitdrukking geeft: een lerende samenleving dus, want wijsheid ontstaat niet door dwang maar door zelfinzicht en samenwerking, en door het in dialoog uitwisselen van ideeën. De vraag is nu: hoe veranderen we dat overheersende wereldbeeld dan in de richting van een visie die veel meer uitgaat van eenheid en verbondenheid, en wat kun jij daaraan zelf bijdragen?[2]

Gedachten als levende wezens?

Als je uitgaat van de mens als zelfbewust levend wezen, zou je je denken kunnen zien als het waarnemen van gedachten: jij neemt als bewustzijn gedachten waar, je ‘denkt’ ze. Maar ja, wat zijn gedachten dan eigenlijk? Het klinkt misschien raar, maar je zou gedachten kunnen zien als levende wezens. Want hoewel er geen consensus is over de definitie van een levend wezen, zie je in de meeste definities grofweg de volgende eigenschappen terugkomen: geboren worden, sterven, stofwisseling, voortplanting en functioneren in een omgeving. 

Als een gedachte zich manifesteert, wordt hij geboren, zou je kunnen zeggen. We spreken immers ook van de geboorte van een idee of een gedachte. Als je een gedachte aandacht geeft, voed je hem, en groeit deze. Je kunt een gedachte zelfs dusdanig voeden en grootmaken dat hij je denken totaal gaat overheersen. Dan wordt hij een obsessie voor je. Dat zie je vaak bij depressies of andere stoornissen. Maar als je hem geen aandacht meer schenkt, sterft deze en verdwijnt hij uit je bewustzijn. Je bent dan geen goede voedingsbodem geweest voor deze gedachte. 

Maar kunnen gedachten zich dan ook voortplanten? Dat klinkt in eerste instantie misschien gek, maar bij nadere beschouwing klinkt het eigenlijk best logisch. Want als je een idee of gedachte oppert, doe jij eigenlijk niks anders dan gedachtezaden zaaien. Als deze bij iemand anders in een goede voedingsbodem valt, zal deze persoon de gedachte oppikken en voeden. Als dat massaal gebeurt, bij grote groepen mensen, dan kun je bijvoorbeeld een hype of een rage zien. 

Hoe richt je je gedachten?

Zo bezien is een mens dus eigenlijk meer een beschouwer dan een schepper van gedachten: afhankelijk van ons karakter, bied je wel of niet een levensvatbare voedingsbodem, een sfeer waarin een gedachte kan wortelen en groeien. Dat sluit aan bij het denken van Plato die leren beschrijft als het herinneren van gedachten: sta je ervoor open, dan geef je een gedachte de kans om bij jou geboren te worden en te groeien. Die voedingsbodem komt altijd voort uit onszelf, die kan een ander niet in ons denken stoppen. Vandaar dat het volpompen met kennis meestal niet inspirerend is. De meest inspirerende leraren proberen op je te resoneren, je interesse te wekken en uit je te halen wat er al in je zit. Dan gaat het vuur in jezelf branden, en kom je zelfstandig op boeiende vragen en gedachten.

Hoe werkt dat denkproces dan precies? Je zou het kunnen vergelijken met een klassieke FM-radio. Die ontvangt trillingen (radiogolven) die worden uitgezonden vanuit een radiozender, mits hij op dezelfde golflengte of frequentie van die trillingen is afgestemd. Je zou je karakter kunnen zien als het golfbereik of de frequentie waarbinnen je gedachten kunt opvangen of waarnemen. Is je bereik beperkter, dan zullen ‘nieuwe’ (afwijkende) denkbeelden moeilijker toegang krijgen tot je bewustzijn. Reclames maken hier gericht gebruik van door precies in te tunen op die denkgolven die gemakkelijk wortel schieten bij mensen. Dat zelfde geldt voor de algoritmen van sociale media. 

Probleem is dat de meeste mensen hun denken niet actief ‘managen’ en richten, maar het denkproces grotendeels onbewust laten plaats vinden. Reclames en sociale media-algoritmen maken daar heel effectief misbruik van, maar ook politici of religieuze leiders die boodschappen met veel ‘pokon’ bij ons naar binnen pompen. Boodschappen die vaak onbewust en daarmee kritiekloos worden aanvaard. Dat kan rampzalige gevolgen hebben. Zie hoe in de loop van de geschiedenis bijvoorbeeld Jodenhaat, kolonialisme en apartheid zijn gevoed, vaak met de bijbel als argument. Terwijl diezelfde bijbel door de meeste kerken nu (na langjarige, stevige en bewuste discussies hierover) heel anders wordt geïnterpreteerd. 

Het antwoord hierop is dus bewust te leren denken. Dat begint met het bewust waarnemen van de gedachten die je denkt: welke kwaliteit hebben die? En is dat de kwaliteit die je wil? Vervolgens kun je je denken gaan richten op een frequentie die je wil. Daarbij moet je niet de fout maken om de gedachten waar je vanaf wil te benadrukken want dan voed je ze juist (en dat is dan ook de belangrijkste reden dat karakterveranderingen vaak mislukken…): wil je ervan af, vergeet ze dan. Zet er een andere gedachte, van betere kwaliteit naast en geef die aandacht. Zo zie je na echtscheidingen vaak dat mensen geobsedeerd worden door het gedrag van hun ex-partner. Hoewel het moeilijk is: negeer het, verlaag je niet tot het gedrag dat je haat, maar volg je eigen ethische kompas qua gedachten. Vervang bijvoorbeeld een beeld van angst of haat, wanneer zich dit manifesteert, door een beeld van moed of hulpvaardigheid. En blijf dit met volharding voeden. Dan word je geen gevangene van je oude gedachten, maar creëer je gericht nieuwe perspectieven. Je denken verschuift daarmee geleidelijk zijn focus naar een andere golflengte. 

Echte meditatie: je denken richten op onzelfzuchtige gedachten

Het principe van karakterhervorming, anders denken, is dus best simpel. De uitvoering vraagt echter veel oefening en doorzettingsvermogen. Het denken waar je vanaf wil, heb je immers vaak lang en veel gevoed. Vaak heb je er ook ‘succes’ mee gehad. Met jaloezie, hard werken en competitiegedrag heb je jezelf misschien in een maatschappelijke positie gebracht waar je trots op bent, maar misschien heeft het je ook eenzaam en ongelukkig gemaakt. Dergelijke vraagstukken zie je vaak in de midlife van mensen. Leer zulk gedrag maar eens af…

Veel mensen proberen door meditatie hun gedachten, en daarmee hun karakter te veranderen. Belangrijk daarbij is dat het richten van je aandacht op je adem of op een brandende kaars weliswaar kan helpen je alledaagse denken tot rust te brengen, maar dat is natuurlijk nog geen karakterhervorming. Het kan wel een aanzet zijn tot wat in dit licht kan worden gezien als ware meditatie: je gedachten richten op bovenpersoonlijke gedachten waarmee je, zoals Plato zegt, naar vermogen bijdraagt aan een betere wereld. Probeer maar eens te overpeinzen hoe een rechtvaardige samenleving eruit ziet. Voed die gedachte maar, en ook wat je dan daaraan zelf bijdraagt. Zie het maar letterlijk voor je. Je kunt het ook concreter maken: hoe kun je de organisatie waar je werkt, je relatie, je gezin, etc. beter laten functioneren. Zet je verbeeldingskracht in en blijf die gedachtebeelden maar voeden. Dan verander je je denken, je karakter, en uiteindelijk een klein of groot stukje van de wereld. 

Welke mentale voetafdruk voeg jij toe aan het denkklimaat?

Terug naar de grote uitdagingen voor de mensheid en jouw mentale voetafdruk daarbij: wat wil jij toevoegen aan het denkklimaat van de wereld? Of, om met Plato te spreken: hoe kun jij naar vermogen bijdragen aan een rechtvaardige samenleving, met alle talenten die jij hebt? Hoe komen we van een denkklimaat van zelfzucht, angst, wantrouwen en afgescheidenheid, naar een visie vanuit eenheid en verbondenheid. We weten nu dat dit kan en dat we dit beeld voluit moeten blijven voeden. En nee, dat gaat niet vanzelf, maar je kunt beginnen in je eigen omgeving. Inspirerend is dat grote maatschappelijke veranderingen altijd zijn begonnen met kleine groepjes mensen. Mandela, Ghandi, Boeddha, Plato, Lao Tse, Martin Luther King: allemaal zijn ze zelf, met een klein groepje mensen om zich heen, begonnen, en door hun aanstekelijke en niet aflatende inspiratie verzamelden ze steeds meer mensen om zich heen. Lees hun levensverhalen en laat je inspireren. Dan zul je zien dat ze ondanks twijfel en onzekerheden, ondanks vele fouten, gewoon door zijn gegaan en daarmee ongekend grote veranderingen hebben teweeg gebracht. Wat voeg jij toe aan het huidige denkklimaat?

Peter Schmeitz


[1] Jason Hickel, Minder is Meer, hoe degrowth de wereld zal redden, Berchem, uitgeverij EPO, december 2020, p. 68-71 en p. 77; https://nl.wikipedia.org/wiki/Sociaal_darwinisme

[2] Plato, Het Bestel, Politeia, in de vertaling van Hans Warren en Mario Molengraaf, Prometheus, Amsterdam, 2000.

Plaats een reactie