Musk of Plato? hoe creëren we werkelijk sociale media?

Sociale media als Whatsapp, Instagram, TikTok, Facebook, X en LinkedIn spelen een steeds grotere rol in ons leven. Niet alleen bepalen ze tot op zekere hoogte ons sociale leven, ze hebben ook steeds meer invloed op de beeld- en meningsvorming in onze samenleving, en daarmee op onze democratie. Bovendien zijn de meeste sociale media in handen van Amerikaanse of Chinese techbedrijven die met vaak geheime algoritmen actief ons gedrag sturen. Tel daarbij op dat multimiljardair Elon Musk zijn platform X actief gebruikt om meningsvorming en democratische processen binnen en buiten de VS actief te beïnvloeden voor zijn persoonlijke belangen. Wordt het dan niet hoog tijd om onszelf eens een paar kritische vragen te stellen: wat zijn sociale media eigenlijk? Hoe sociaal zijn ze? Hoe zetten we ze op een wijze manier in? En wat vraagt dat dan van die media, maar ook van onszelf? Ook na 2500 jaar kan Plato ons daar verrassend goed bij helpen.

Wat zijn sociale media?

Volgens Wikipedia is ‘sociale media’ een verzamelbegrip voor online platforms waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Hoofdkenmerken zijn interactie en dialoog tussen de gebruikers. Sociale media zijn een relatief jong fenomeen dat de afgelopen 25 jaar een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt.

Op dit moment zien we onder andere de volgende sociale media: blogs, microblogs (bijvoorbeeld Mastodon, Tumblr, Bluesky en X, voor juli 2023 bekend als Twitter), groep chat-apps (bijvoorbeeld Snapchat), social bookmarking (bijvoorbeeld Pinterest), videosites (bijvoorbeeld YouTube, Vimeo en TikTok), internetfora, op samenwerking gebaseerde projecten als Wikipedia, en sociale netwerksites als Facebook, Reddit, LinkedIn en Instagram. Ook chatapps, zoals Whatsapp en Signal, worden gerekend tot sociale media.

Wereldwijd hebben Facebook (3,5 miljard), YouTube (3,5 miljard), Instagram en Whatsapp (beide 2 miljard) de meeste gebruikers.[1]Zo’n 14,4 miljoen Nederlanders van 15 jaar en ouder gebruiken sociale media (2024). Dat is een lichte groei ten opzichte van 2023 (14,3 miljoen), maar mensen zijn wel kritischer geworden welke sociale media ze gebruiken. Vooral X werd minder populair (een daling van 14% in een jaar). De populairste daarvan zijn Whatsapp (13,4 miljoen gebruikers van 15 jaar en ouder), Facebook (10,1), YouTube (10,1), en Instagram (8) en LinkedIn (5,5). X heeft 2,8 miljoen gebruikers.[2] Gemiddeld gebruiken we bijna 2 uur (115 minuten) per dag sociale media. Onder jongeren is dat het grootst (168 minuten) en onder 65-plussers het laagst (83 minuten).[3]

Hoe sociaal zijn ze?

De grote sociale media beloven allemaal de verbondenheid in de wereld te vergroten. Zo stelt de missie van X: “om het publieke gesprek te bevorderen en te beschermen – om het stadsplein van het internet te zijn.” En Facebook heeft als missie: “Om mensen de macht te geven een gemeenschap te bouwen en de wereld dichter bij elkaar te brengen.” De waaromvraag wordt hier echter niet mee beantwoord: was er daarvoor dan een probleem, en zijn deze media dan het antwoord daarop?

Hoe dan ook, dat we via deze media snel en laagdrempelig met andere mensen contacten kunnen opbouwen en onderhouden, staat buiten kijf. Ook bereikt informatie ons veel sneller en ongecensureerder dan voorheen. Zie bijvoorbeeld de beelden die mensen delen in door oorlog of ander leed getroffen gebieden. Denk aan de artsen die de ellende in ziekenhuizen in Aleppo of Gaza lieten zien. Ook worden sociale media veelvuldig gebruikt om elkaar te helpen, bv. als er een treinstoring is en mensen vervoer nodig hebben om naar huis te komen. Desondanks zijn er grote zorgen omtrent het sociale karakter van deze media.

Fundamentele zorgen over het ‘sociale’ karakter

Als je de ongenuanceerde meningen en soms keiharde beledigingen en bedreigingen in de online communicatie op sommige platforms ziet, dan lijkt dat weinig op wat je in je dagelijkse, fysieke omgang met je medemensen onder sociaal verstaat. Dat heeft tot gevolg dat veel mensen hun mening niet meer durven geven en afhaken, maar ook dat steeds meer mensen dergelijk gedrag als normaal gaan zien.

Ook vergroten platforms als X en Facebook juist de afstand tussen mensen via het zogenaamde filterbubbel effect. Facebook werkt met algoritmen die filteren wat jij leuk vindt. Daardoor krijg je op een gegeven moment die reacties en berichten te zien die je eigen wereldbeeld bevestigen: klimaat voor links georiënteerde mensen, veiligheid en immigratie voor rechts georiënteerde mensen, etc. en dit wordt versterkt met elke like. Dit heet ook wel de zgn. confirmation bias: je krijgt alleen nog maar berichten die je vooroordeel bevestigen. Arjen Lubach legde dit fenomeen een tijd geleden bloot als de zgn. fabeltjesfuik: de ‘fuik’ waarin mensen die er een andere mening op na houden dan de meeste anderen, bijvoorbeeld complotdenkers, belanden als zij ergens in geloven en daar stelselmatig online naar zoeken. Daarop krijgen ze vervolgens, door bepaalde algoritmen, op sociale media alleen maar informatie voorgeschoteld die hun mening bevestigt, terwijl het hier om onjuiste informatie, ‘fabeltjes’ of nepnieuws gaat.[4] De vraag is dan ook of platforms als Facebook zich wel kunnen onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor de content, gelet op hun algoritmen.

Nepnieuws, fake accounts en advertenties oefenen veel invloed uit op verkiezingen en de bredere meningsvorming in landen. Ze worden door sommigen verdedigd als ‘vrijheid van meningsuiting’. Vaak zitten hier echter keiharde belangen achter, zonder dat mensen zich hiervan bewust zijn. Hier zijn beruchte en verstrekkende voorbeelden van, zoals de waarschijnlijke beïnvloeding van het Brexit referendum, maar ook de vele pogingen vanuit Rusland om onrust en tweespalt te stoken in Europese landen om bv. steun aan Oekraïne te ondermijnen en de Europese Unie te verzwakken.[5]

Een nieuwe uitdaging is de openlijke machtspolitiek van de Amerikaanse tech-miljardairs achter de grote sociale media. Met de regering-Trump proberen zij -goedschiks of kwaadschiks- regulering en handhaving door met name de Europese Unie van tafel te krijgen. Onbeschaamd zijn bovendien de aanvallen van Elon Musk vanuit zijn eigen platform X op regeringen van andere landen, zoals zijn pogingen om de Britse en de Braziliaanse regering te ondermijnen en de Duitse verkiezingen te beïnvloeden met zijn enorme netwerk en mediakracht, en niet te vergeten zijn machtspositie bij de Amerikaanse regering.

Een ander vraagstuk is dat van de data. De grote sociale media hebben hun verdienmodel gebouwd rondom de gigantische hoeveelheden data die we vrijgeven met ons gedrag op deze media, vaak zonder dat we ons daar bewust van zijn. Dit roept fundamentele vragen op zoals van wie deze data eigenlijk zijn en waar ze wel en niet voor gebruikt zouden mogen worden. Bij TikTok is de vrees dat deze gebruikt worden door de Chinese regering, waardoor dit medium bv. niet meer mag worden gebruikt op devices van ambtenaren in een aantal landen, waaronder Nederland.[6] Nu de VS niet meer de oude, vertrouwde partner blijken te zijn, nemen in Europa ook de zorgen toe rond de sociale media die in Amerikaanse handen zijn.

Daarnaast hebben algoritmen verslavende werking en beïnvloeden ze het zelfbeeld van jongeren, met name meisjes. De meeste jongeren in Nederland vinden dat sociale media een goede invloed hebben op hun vriendschappen. Maar er is ook minder goed nieuws: een kwart denkt dat sociale media een slechte invloed hebben op hun geluk. Ook vindt een derde dat deze media slecht zijn voor hun zelfbeeld. Dat geldt vooral voor meisjes: bijna de helft van hen zegt dat sociale media een slechte invloed hebben op hoe ze zichzelf zien, terwijl dat bij jongens iets minder dan een kwart is.[7] Daarnaast hebben sociale media negatieve effecten op zelfbeschadigend en suïcidaal gedrag van jongeren, waarbij voornamelijk de kwetsbare jongeren een groter risico hebben op de negatieve invloeden ervan. Er lijkt een verband te zijn tussen het kennis nemen via sociale media van dit negatieve gedrag, en het ook echt uitvoeren van dat gedrag. Voornamelijk de kwetsbare jongeren, diegenen die eenzaam zijn of psychische problemen hebben, hebben het grootste risico hierdoor beïnvloed te worden.[8] Daarom nemen diverse overheden nu maatregelen om vooral jongeren te beschermen.

Tijd voor een fundamentele herbezinning

Kortom: de stormachtige opkomst van sociale media heeft ons veel goeds gebracht maar ook veel ellende. Tijd om even met wat meer afstand te kijken wat dit betekent voor de verdere doorontwikkeling van deze media: hoe kunnen we de sociale media met (media)wijsheid inrichten, zodat ze daadwerkelijk sociaal worden en ons helpen met onze kwetsbaarheden en zwakheden, in plaats van deze verder te versterken en te misbruiken, en wat vraagt dat dan van onszelf?

Wat is wijsheid?

Wikipedia beschrijft wijsheid of levenswijsheid als: ‘…de kunst om in alle levensomstandigheden juist te oordelen en te handelen.’[9] Wijsheid gaat dus om inzicht in wat juist is. Wijsheid speelt een centrale rol in diverse religieuze en filosofische stelsels. Denk aan het Boeddhisme, het Taoisme en aan Plato. Bij  al deze denkstelsels stoelt het begrip wijsheid op een essentiële eenheid die ten grondslag ligt aan alle levensuitingen: een eenheid (noem het God, Tao, het Ene, Allah, Atman, het Goede, Universeel Bewustzijn, etc.) waar wij, als imperfecte wezens, steeds beter uitdrukking aan kunnen geven. Dit door levenslessen op te doen. Wijsheid gaat dus om inzicht ontwikkelen in de samenhang der dingen, oftewel het doorzien hoe die eenheid doorwerkt achter de dagelijkse, uiterlijke wereld. In die visie gaan wijsheid en inzicht dus altijd samen met ethiek, omdat het doorzien van die eenheid ook handelen vraagt vanuit die eenheid. Wijsheid is daarom universeel en beperkt zich niet tot de deelbelangen, die juist uitgaan van afgescheidenheid. Het vraagt dus onderscheidingsvermogen om wijs te kunnen handelen, maar dat is trainbaar. Vandaar dat iedereen wijsheid kan ontwikkelen.

De weg naar wijsheid begint bij dialoog en inzicht

Hoe vinden we dan de weg naar wijsheid? Deze weg loopt volgens Plato via de weg van inzicht. Dat inzicht bereik je niet via instructie (iemand volstoppen met kennis of informatie), maar via educatie: uit iemand halen wat hij in essentie zelf aan wijsheid in zich heeft. Een belangrijke methode daarbij is een vraagstuk onbevangen en in dialoog (vanuit verschillende perspectieven) proberen te doorgronden: wat is de essentie? Hoe hangt het samen met andere vraagstukken? Daarmee prik je dus per definitie door je eigen bubbels heen of, zoals Plato zegt: je komt uit je eigen grot. Plato bewees met zijn dialogen dat hij zelfs een onwetende slaaf tot inzicht kon brengen. Vakkennis of een hoge opleiding zijn dan ook geen vereiste voor inzicht. Integendeel, het kan juist tot bedrijfsblindheid leiden. Wijsheid is dan ook niet voorbehouden aan bepaalde bubbels, integendeel….

Bij een samenleving waarin de wijsheid centraal staat geldt idealiter dat de wijste regeert, zoals bij Plato’s aristocratie (de koning-filosoof), maar de wijste hoeft niet perse in de regering te zitten (zo heeft Gandhi nooit wereldlijke macht gehad, maar was hij wel de wijze inspirator voor de samenleving). Belangrijker is het de wijsheid in de samenleving te stimuleren. Wijs leiderschap volgt dan vanzelf, volgens het principe: ieder volk de regering die het verdient. In een samenleving waar wijsheid het hoogste goed is, zal het openbaar bestuur vooral moeten inspireren en mensen moeten uitdagen en in staat stellen naar hun beste vermogen bij te dragen aan de samenleving. Leren en samenwerken staan daarbij centraal. Daarbij speelt op de achtergrond telkens de vraag: hoe ziet onze ideale samenleving (of buurt, organisatie, club, etc.) eruit? Een dergelijke samenleving stimuleert het maatschappelijk eigenaarschap van burgers door educatie, dialoog en prikkels om samen te werken en zoveel mogelijk zelf invulling te geven aan de gemeenschap. Het onderscheid tussen overheid, burgers en bedrijfsleven vervaagt daarbij omdat ieder naar vermogen zijn bijdrage levert, zij het vanuit zijn eigen rol en positie in het geheel. De gemeenschap staat daarbij centraal. In een dergelijke samenleving geven we dus samen, vanuit gelijkwaardigheid en respect voor elkaar, invulling aan de maatschappelijke menings- en visievorming.[10]

Uitgangspunten voor werkelijk sociale netwerken

Door sociale media te herontwerpen vanuit Plato’s ideaal van een rechtvaardige samenleving, waarin we de wijsheid in onszelf en de medemens centraal stellen, zouden ze niet alleen een instrument zijn voor communicatie, maar ook een hulpmiddel voor persoonlijke en collectieve ontwikkeling, en daarmee een meer harmonieuze samenleving. Echte dialoog is daarbij de sleutel, waarbij een vraagstuk onbevangen vanuit diverse perspectieven wordt bekeken, om gezamenlijk tot een scherper en meer gedeeld beeld te komen. Een herontwerp als basis voor werkelijk sociale media zou dan ook op de volgende uitgangspunten kunnen worden gestoeld:

Het algemeen belang voorop

Winstbejag zou ondergeschikt moeten zijn aan maatschappelijke en sociale doelen. Platforms zouden daarmee terug kunnen naar hun oorspronkelijke rol: dienstverleners die vrijgegeven (geaggregeerde) informatie handig ontsluiten, maar niet bezitten. Dat zou ook de perverse prikkels uit de algoritmen kunnen halen. Daarmee kunnen commerciële bedrijven nog steeds een actieve rol spelen, maar niet meer in de huidige setting waarbij één beursgenoteerd bedrijf alles bepaalt en wordt afgerekend op aandeelhouderswaarde en winstmaximalisatie.

Bevorderen van gemeenschapszin en collectieve verantwoordelijkheid

Sociale media zijn een publieke ruimte en daarmee zouden ze moeten voldoen aan (in veel landen grondwettelijk vastgelegde) grondrechten van burgers, zoals het recht op vrijheid van informatie en communicatie, het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op ordelijke regels (door de overheid op te stellen) voor het maatschappelijk en commercieel verkeer. In Nederland stelt artikel 22 van de Grondwet dat de overheid de voorwaarden dient te scheppen voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding. Dat geldt dus ook voor elektronische snelwegen.[11]

Gebruikers zouden zich in zo’n publieke ruimte onderdeel moeten voelen van een harmonieuze gemeenschap waarin samenwerking belangrijker is dan competitie. Maar hoe zorgen we ervoor dat al die verschillende ideeën dusdanig met elkaar in aanraking komen dat er een gezonde dialoog ontstaat? De non-profit organisatie Civic Signals onderzocht wat digitale ontmoetingsplekken kunnen leren van publieke ruimtes zoals parken, bibliotheken of pleinen. Succesvolle publieke ruimtes:

  • ontwikkelen sociale activiteiten die verschillende groepen mensen naar de plek trekken;
  • geven aan wat voor soort gedrag verwacht wordt in de ruimte (denk aan verkeersborden);
  • zorgen ervoor dat zij voor iedereen fysiek toegankelijk zijn, en zijn aantrekkelijk voor verschillende groepen mensen;
  • ontwerpen de publieke ruimte met de mensen die er gebruik van maken.[12]

Borgen van rechtvaardigheid

Sociale media als publieke ruimte zouden bovendien een rechtvaardige omgeving moeten creëren waar iedereen gelijk wordt behandeld, ongeacht sociale status, afkomst of overtuigingen. Ze zouden een open uitwisseling van ideeën moeten stimuleren, zonder angst voor veroordeling, en met respect voor het proces van leren en ontdekken. Dat vereist uiteraard mechanismen om onrechtvaardig gedrag, zoals cyberpesten en haat zaaien, effectief tegen te gaan.

Maar het gaat verder: laagopgeleide mensen voelen zich vaak minderwaardig en gestigmatiseerd op basis van hun opleiding en beroep door hoogopgeleide burgers, politici en ambtenaren. Dat is een van de redenen dat ze minder deelnemen aan burgerinitiatieven en participatietrajecten van de overheid. Het is ook een van de redenen van de diepe afkeer van grote groepen mensen ten opzichte van de politiek.[13] Deze tegenstellingen zie je terug op de sociale media, waar groepen over elkaar hun gal spuwen, ieder vanuit de eigen bubbel. Sterker nog: de grote sociale media versterken deze maatschappelijke tegenstellingen juist. Een herontwerp van de sociale media zal Plato’s uitgangspunt van een rechtvaardige samenleving (ieder krijgt de ruimte om naar vermogen bij te dragen) daarom moeten vertalen als hoeksteen van de dialoog. Dat vereist dat verschillen in taalgebruik en diepgang overbrugd moeten worden via algoritmen die mensen uitdagen te verbinden.

Zoektocht naar waarheid vanuit dialoog

Vanuit zo’n basis zouden sociale media een gezonde publieke ruimte voor dialoog kunnen bieden. Ze zouden functies kunnen ontwikkelen die collectieve besluitvorming en participatie bevorderen, bijvoorbeeld door platforms te laten fungeren als fora voor democratische discussie. Daarmee zou onze democratie versterkt worden met een actief burgerschap. Dat vereist dat de algoritmen prioriteit geven aan betrouwbare en waardevolle informatie boven sensatie en desinformatie. In tegenstelling tot de fabeltjesfuik (de grot van Plato), zouden die algoritmen gebruikers bewust kunnen maken van hun cognitieve en emotionele vooroordelen, zodat ze zichzelf kunnen bevrijden uit de “grot” van onwetendheid, bijvoorbeeld door context of tegengestelde perspectieven te tonen, en vervolgens conflictoplossing te stimuleren en polarisatie tegen te gaan. Denk aan een ‘ja en…’ reactie, in plaats van een ‘ja maar…’ reactie. Spelelementen uit de positieve psychologie kunnen daarbij helpen om dit aantrekkelijk te maken, en te voorkomen dat mensen de omgeving als betuttelend en beknellend ervaren. Boosheid en irritatie mogen best, maar net zoals in de fysieke publieke ruimte, moet de inzet zijn dat we de ruimte met elkaar leefbaar en respectvol houden. Wie echt over de schreef gaat qua gedrag krijgt met handhaving te maken en kan uiteindelijk zelfs (tijdelijk) uit die ruimte verbannen worden.

Dat duidelijke regels kunnen werken bewijst het sociale netwerk Mastodon, dat werkt als een federatief netwerk van gemeenschappen. Het is dus geen centrale site, zoals Facebook of X, maar bestaat uit vele kleine sites die onderling verbonden zijn. Je data worden dus niet op één plek opgeslagen en er wordt geen profiel van je opgebouwd waar geld mee wordt verdiend. Elke site modereert zelf de content in zijn gemeenschap. Elke site moet dat op eigen verantwoordelijkheid doen en de eigen leden zo nodig aanspreken op hun content of zelfs de toegang ontzeggen. Om het stempel van goedkeuring van Mastodon te verdienen moeten de sites actief modereren tegen racisme, sexisme, homo- en transfobie. Moderatie wordt daarmee gelokaliseerd en de organisatie wordt benaderbaar en aanspreekbaar. Die moderatie vanuit de gemeenschap zelf (i.p.v. door het loslaten van steeds meer algoritmen op grote stromen content) sluit goed aan bij het idee van Plato dat mensen lerende wezens zijn die samen naar vermogen bijdragen aan de samenleving.[14]

Hoe komen we tot een daadwerkelijk sociale mediacultuur?

Nu zijn deze uitgangspunten misschien wat hoog gegrepen, maar je zou ze kunnen zien als een ideaalplaatje om naar te streven. Een herontwerp van sociale media zal evenwel niet van de huidige grote sociale media komen. Sterker nog: die zullen waarschijnlijk proberen met man en macht zo’n herontwerp tegen te houden omdat dit hun machtspositie en hun verdienmodel om zeep helpt. En ook andere partijen die profiteren van de data of de machtspositie, zullen niet blij zijn. We zullen dus zelf, met hulp van innovatieve bedrijven die breder kijken dan winstmaximalisatie, moeten beginnen met een nieuw ontwerp van de digitale publieke ruimte. Technisch is het zeker mogelijk om algoritmen anders in te richten en de publieke ruimte met elementen uit de positieve psychologie aantrekkelijk te maken voor alle groepen. En qua bedrijfsmodel zijn er diverse mogelijkheden, zoals een stichting zonder winstoogmerk.

Punt is wel dat we zulke nieuwe sociale media wel moeten willen omarmen, en dat vraagt iets van onze mentaliteit: want kunnen en willen we de huidige verslavende algoritmen weerstaan? En zijn ze werkelijk verslavend, of vullen ze slechts een leegte op, een gebrek aan echte verbinding? Aan echte zingeving? De eerste resultaten van het verbod op smartphones op scholen zijn bemoedigend, maar het helpt als ook de bredere omgeving (bv. ouders) meehelpt, want alleen een verbod tijdens schooltijd kan ook compensatiegedrag oproepen.[15]

Van Musk naar Plato?

Kortom: de razendsnelle opkomst van de sociale media heeft ons als mensheid nogal overvallen. In plaats van een publieke ruimte die onze goede eigenschappen stimuleert, zijn we een beetje slaafs in een fabeltjesfuik gezwommen die machtige techbedrijven zonder moreel kompas voor ons hebben geplaatst. Laten we het onbeschaamde machtsgedrag van Musk, Zuckerberg en andere tech-miljardairs zien als een wake up call en een kans om de sociale media te herontwerpen naar een gezonde online publieke ruimte die het algemeen belang van een harmonieuze en rechtvaardige samenleving dient. De oplossing is 2500 jaar oud en ligt klaar om afgestoft te worden. Maar die vraagt wel wilskracht van onszelf. Van Musk naar Plato: ga je mee?!

Peter Schmeitz


[1] https://www.shopify.com/nl/blog/meest-gebruikte-social-media

[2] https://www.businessinsider.nl/sociale-media-steeds-populairder-onder-nederlanders-wel-daling-gebruik-van-x/#:~:text=Afgelopen%20jaar%20hebben%2014%2C4,een%20daling%20van%2014%20procent; Social Media in 2024

[3] https://www.marketingfacts.nl/berichten/social-media-in-nederland-2024/

[4] https://neologismen.ivdnt.org/article/fabeltjesfuik

[5] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/werd-brexit-referendum-beinvloed-13-duizend-twitterbots-verspreidden-pro-brexit-boodschappen~bfffbdd8/

[6] Kabinet verbiedt TikTok op werktelefoons van rijksambtenaren

[7] https://www.uva.nl/content/nieuws/persberichten/2023/06/social-media-goed-voor-vriendschappen-minder-voor-zelfbeeld.html?cb 

[8]De invloed van social media op suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag –  

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Wijsheid_(deugd)   

[10]Plato, Het Bestel, Politeia, in de vertaling van Hans Warren en Mario Molegraaf, Prometheus, Amsterdam, 2000

[11] Het internet is stuk. Maar we kunnen het repareren. Marleen Stikker. Uitgeverij De Geus, 6e druk, 2024, p. 74-75.

[12]Regels en richtlijnen gaan de problemen van sociale media niet oplossen – De Correspondent

[13]https://www.socialevraagstukken.nl/lager-opgeleiden-voelen-zich-te-min-om-te-participeren-in-burgerinitiatieven/

[14]Het internet is stuk. Maar we kunnen het repareren. Marleen Stikker. Uitgeverij De Geus, 6e druk, 2024, p. 233-234

[15] https://www.ru.nl/onderzoek/onderzoeksnieuws/aangescherpt-telefoonbeleid-op-middelbare-scholen-afstemming-met-ouders-en-leerlingen-cruciaal

2 gedachten over “Musk of Plato? hoe creëren we werkelijk sociale media?

Geef een reactie op Kees de Jong Reactie annuleren